Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

legen den commutator aan. Deze borstels staan in geleidend verband met de klemscliroeven, waaraan de buitenleiding wordt aangebracht.

b. Het magnetische veld. Het magnetische veld tusschen de beide magneetschoenen van de veld-magneten der Gramme-magneto is ongeveer eenparig. De krachtlijnen zijn rechte lijnen. Door het aanbrengen van het anker buigen deze krachtlijnen, ten einde zooveel mogelijk door het ijzer van den ijzerring te verloopen. Bovendien wordt door de aanwezigheid van dat ijzer de veldsterkte vergroot. Het magnetische veld van de stilstaande magneto is dan ook zooals lig. 52 aangeeft. Indien het anker gedraaid wordt, zullen de ijzerdeelen van den ring afwisselend tegenover den noord- en den zuidpool van de veldmagneten komen. In den ring heeft dus het verschijnsel der hysteresis plaats en dit maakt dat de lijn van symmetrie AC zich verplaatst en den stand SS gaat innemen. De hoek tusschen AC en SS is afhankelijk van de snelheid van het anker.

c. Werking. Denken wij ons bij /I lig. 52 om den ijzerring ééne enkele winding van een geleidenden draad. Door die winding gaan dan een zeker aantal krachtlijnen van links naar rechts. Zij dit aantal A0. Verplaatsen wij dezen geleider over den ijzerring. Als zijn stand door den hoek a is aangegeven, is het aantal krachtlijnen minder dan N0 en dit aantal vermindert naarmate de ringvormige geleider D nadert. In B is het aantal krachtlijnen nul. Van D naar C neemt het aantal toe, doch zij gaan voor den geleider van rechts naar links en in C is het aantal opnieuw A'0, doch wat de richting aangaat moeten wij schrijven —Ar0, als wij bij A -f- N0 nemen. Bij de beweging van A tot C neemt dus het aantal krachtlijnen voortdurend af van +iY„ in A tot —N, in C Bij de beweging van C naar A over D neemt omgekeerd het aantal krachtlijnen van —N0 tot -\-N0 toe.

De verandering in het aantal krachtlijnen heeft een optreden van een electromotorische kracht tengevolge. Is in den stand door ot aangegeven het aantal krachtlijnen bij benadering door N = N0eos;x aan te geven, zoo volgt uit de vroeger afgeleide formule:

E™

dt

dat in dit geval de betrekking

r. 11»r • d;X

E=-\-N0umx. -

Sluiten