Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestaat. Daar nu — de hoeksnelheid co voorstelt, waarmede de dl

ringvormige geleider over den ijzerring bewogen wordt, zoo is dus:

E = A7„ 'j> sin a

Op de anker-omwikkeling van de Gramme-magneto zijn tussclien A en C een groot aantal n omwindingen. In elk dezer treedt een een E. M. K. op, doch in die bij B is zij het sterkst, bij die in A cn C is zij nul. De som van al die E. M. K. in den geheelen geleider is nul, doch tussclien A en C ontstaat een belangrijk potentiaal-verschil, gelijk aan E, indien

E — 2 N0 co sin a

waarbij het 2 teeken zich uitstrekt tot alle omwindingen van het deel ABC of het deel ADG.

Deze waarde E is gemakkelijk te bepalen. Rij de beweging van A naar G is de verandering in het aantal krachtlijnen 2Ar0 en deze

geschiedt in een tijd t = ~ secundcn. Het gemiddelde potentiaalverschil, dat in iederen ringvormigen geleider optreedt is dus:

e= 2 N0 = tN^

7T TC

Ci)

Voor de n omwindingen is dit met n te vermenigvuldigen, aangezien die « omwindingen regelmatig over ABC verdeeld zijn. Daarom is:

E= 2A>>.

7T

Zijn de klemschroeven der magncto door een draadgeleiding met een weerstand /{ verbonden , zoo treedt in dien draad en in het anker een stroom op. Hij loopt van den borstel met den hoogstcn potentiaal door de buitenleiding en splitst zich bij den anderen borstel in twee dcelen, die door de beide helften van het anker stroomen. Is dus de weerstand van het halve anker r Ohms, zoo is de stroomsterkte:

/= E /{+.- r-

Sluiten