Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ingeval de borstels niet aangebracht zijn op de plaatsen van den commutator, die het grootste potentiaal-verschil hebben, zal de stroom zwakker zijn, aangezien alsdan de waarde voor de E. M. K. kleiner zal wezen. Het verschijnsel van hysteresis, dat plaats heeft omdat de ijzcrring noodzakelijk moet meedraaien, maakt dan ook dat de borstelplaats wordt aangewezen door de lijn SS.

Het potentiaal-verloop in een Gramme-magneto met buitenleiding is in figuur 53 geschetst. Tussclien de klemschroeven A en C is een potentiaal-verschil e aanwezig, terwijl de totale electromotorische kracht E is. Daar alleen de stroom in de buitenleiding voor bepaalde doeleinden gebruikt kan worden, is het nuttig effect der machine aangegeven door eJE.

Uit de waarden van E en / zoude volgen dat I recht-evenredig is met de hoeksnelheid der draaiing. Geheel juist is dit niet. Het optreden van den stroom vermindert het aantal krachlijnen N0 en wel des te sterker, naarmate / sterker is. Iiij benadering mag evenwel de recht-evenredigheid aangenomen worden. Is w standvastig, zoo is ook I dit en daarom kan de magneto de electrische cellen vervangen.

Aangezien de deelen der omwindingen van het anker, die op de binnenzijde van den ijzeren ring gelegen zijn, weinig krachtlijnen snijden, is het potentiaal-verschil, dat in deze deelen optreedt zeer gering. Men noemt ze daarom wel eens de «doode" deelen van het Gramme-anker. Siemkns heeft getracht een ander anker te construeeren (en is daarin ook ten deele geslaagd) waarbij zulke doode deelen niet aanwezig zijn. Dit anker heet het trommelanker van Siemens.

Om een ijzeren cilinder van niet te geringe wanddikte, en bij voorkeur samengesteld uit ijzerdraad, waarvan de lengterichting met do omtrekken van grond- en bovenvlak evenwijdig loopt, liggen de omwindingen, overeenkomende met de beschrijvende lijnen des cilinders, fig. 54. Een commutator, ook wel collector genoemd, geheel ingericht als die bij het Gramme-anker, is aan het ecne einde van de as, waarom de cilinder kan draaien. In de figuur bestaat deze commutator uit 12 deelen, in weikelijkheid is het aantal belangrijk grooter. De buitenste cilindermantel is verdeeld in zooveel deelen als overeenkomt met het dubbel aantal commutator-stukken. Nemen wij het commutator-stuk genummerd 12; van hieruit gaat een draad naar het mantel-deel genummerd 1, deze draad is eenige malen gewikkeld om den cilinder en bedekt daardoor de deelen 1 en I, het uiteinde is in verbinding met het commutator-stuk 1. Van hieruit gaat een draad

Sluiten