is toegevoegd aan uw favorieten.

Cursus in de electrotechniek voor de cadetten der artillerie en genie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hieruit volgt:

™1 = 0 24 dr ■ (R + Tf

*^-0*1 P(ir-AR) dr* ' (R + ry

en dus is W maximum als ;• = ƒ? is. Daar nu r=1,05 l is, 7.00

wordt de gunstigste voorwaarde verkregen door l—-^= 0.95 R te

1,05

nemen.

W ij hebben hier de totale hoeveelheid der in het draadje ontstane warmte tot maximum gemaakt. Wilde men de warmte-ontwikkeling per strekkende cM. van het draadje maximum hebben, dan is hoe korter de lengte des te beter.

Hebben wij een patroon met een weerstand r, toevoerdraden met een weerstand Rl en n cellen elk van een E. M. K. e en een weerstand w. Nemen wij p cellen achter en dus — cellen naast elkander,

• jj® hj

7.00 is de totale weerstand der batterij -. De stroomsterkte is

J 11

pi iu

thans maximum als—-— = r-J-/}I. Hieruit is p te berekenen en

dus de groepeering der cellen af te leiden. Moeten tegelijk m mijnen

ontstoken worden, 7.00 nemen wij— = mr-f-/?,, waarin /?, de

som van de weerstanden in alle toevoerdraden.

Voorbeeld. Met een batterij van 100 Leclanché's (systeem Lacombe) wil men m (=4) mijnen ontsteken door /^-draden van 0,8 cM. lengte. De tocvoerdraden hebben een gezamenlijke lengte van 2,00 KM., de doorsnede is 0,08 cM!; zij zijn van koper. Voor elk clement is e = l,45 volts, «' = 0,7 Ohm. Gevraagd de temperatuursverhooging in jjf-Q sec. bij de gunstigste groepeering der batterij.

In dit geval is ƒ?, = /;. — waarin L = 2,00 X 10® > = 0,08 en

= 1,63 X 10~6 Jus /?, = 4,2 Ohm.

mr = 4 X 0,8 X 1,05 = 3,36

dus

mr -)-ƒ?,=: 7,50.