Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 15. GLOEILAMPEN.

Voor liet gloeien van draden, teneinde licht te verkrijgen , gebruikt uien tegenwoordig veelal kooldraden, die in een luchtledige ballon worden gedaan. De verwijdering der lucht heeft natuurlijk teil doel de verbranding der kool te beletten.

De kooldraden worden uit een taai, verkoolbaar deeg (collodion, cellulose, enz.) gemaakt en dan tot dunne platen gewalst en in draden gesneden of wel de deeg wordt uit een mondstuk met fijne opening geperst. Met een buigijzer wordt de gewenschte buiging aangebracht. Daarna wordt de draad verkoold in een gloeioven, waarbij de draden laagsgewijze in een kroes van chamotte-steen gepakt en met grafietpoeder bedekt worden. De draad wordt dan aan de uiteinden versterkt dooi' middel van petroleum-ether, die door den een weinig gloeienden draad ontleed wordt, waardoor de kool zich afzet. Alsdan wordt hij gelijkmatig gemaakt en op juisten weerstand gebracht door hem te laten gloeien in een ruimte gevuld niet verdunde koolwaterstofgassen. De platinadraadjes (platina is noodig, omdat het evenveel uitzet als glas) worden aan hun uiteinde plat geslagen en daarna tot een buisje omgebogen, hierin worden de kooldraad-uiteinden gestoken en door een kit, die verhardt, bevestigd. Eerst hierna wordt het stukje glas, waarin de platinadraadjes zijn vastgesmolten, in het glazen ballonnetje gesmolten, de ballon ledig gepompt met een kwik-luchtpomp en dan toegesmolten.

liet is voor een verlichting met gloeilampen bepaald noodzakelijk, dut alle lampen denzelfden weerstand hebben en de grootste zorg moet dan daaraan ook besteed worden. Door het gloeien in koolwaterstofgas zullen op de plaatsen, waar de draad wat dunner is, de gassen door de hoogere temperatuur meer ontleed worden en daarom is na de gloeiing de draad meer gelijkmatig. Gedurende dat gloeien neemt de weerstand af, omdat de dikte toeneemt. Is de

Sluiten