Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goed onderwijs ontvange, maar het belang van hen, die zelf kinderen hebben of aan wie de zorg voor kinderen is opgedragen, is grooter dan dat der overige ingezetenen. De billijkheid vordert alzoo, dat de ouders en voogden in de eerste plaats de kosten van de gemeente helpen dragen; eerst daarna kan in aanmerking komen ook de overige ingezetenen aan te spreken. Bovendien is het openstellen der gelegenheid om lager onderwijs te ontvangen een dienst door de gemeente bewezen, en de billijkheid vordert, dat zij, die voor hun kinderen of pupillen van die gelegenheid gebruik maken, voor dien dienst betalen. De daarvoor te vorderen som moet evenwel matig zijn; werd zij zoo hoog opgev oerd, dat al de kosten van het gemeenteonderwijs daaruit konden worden bestreden, daargelaten dat dan menige openbare school ledig zou blijven en de bijzondere bloeien, zou zoodanige eisch strijden met het op den voorgrond geplaatste beginsel, dat alle ingezetenen er belang bij hebben, dat aan de kinderen in de gemeente goed onderwijs wordt gegeven en dus zelf ook daartoe zoo noodig moeten bijdragen. Op dezen algemeenen regel, dat steeds schoolgeld moet worden betaald, zijn nochtans twee uitzonderingen toe te laten. Vooreerst ten opzichte van hen, die tot den betaling niet bij machte zijn. Ter andere, wanneer de kosten van het gemeente-onderwijs zonder schoolgeld bestreden kunnen worden."

Schier elke zin van dit gedeelte der memorie van toelichting bevat een vraagstuk dat aanleiding heeft gegeven tot veel debatten. Waar de regeering verklaarde, dat het belang van ouders en voogden grooter is dan dat van alle ingezetenen in de gemeente, zijn er anderen die meenen, dat het belang der gemeenschap veel grooter is dan dat der ouders en die het eerste zelfs groot genoeg achten om de stelling te wettigen, dat er van de verzorgers in het geheelgeeti schoolgeld geheven mag worden, dat alle onderwijskosten uit de publieke kassen moeten worden bestreden. Het zijn de voorstanders van algemeen kosteloos onderwijs.

Men verdedigde destijds het beginsel der algemeene kosteloosheid op grond van de belemmering van het schoolbezoek door de verplichting tot het betalen van schoolgeld en zag er een maatregel in die dezelfde uitwerking zou hebben als de schoolplichtigheid, een maatregel, die bovendien, ook al werd verplicht schoolbezoek ingevoerd, bij die invoering zou passen. Ook meende men, dat hier en daar de kerkelijke partijen het schoolgeld voor

Sluiten