Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de bijzondere school al lager en lager zouden stellen en zoo de kinderen aan de openbare scholen onttrekken.

Een der bezwaren tegen toepassing der algemeene kosteloosheid bleek reeds uit het aangehaalde gedeelte der memorie van toelichting en een ander was, dat juist de kerkelijke partijen de overheersching door de openbare school vreesden, wanneer daar geen schoolgeld geheven werd.

Intusschen is de leerplicht ingevoerd, maar de kwestie „schoolgeld of niet" komt nog op politieke programma's voor en zal er nog wel geruimen tijd op blijven staan. De propaganda voor het denkbeeld rust evenwel voor een groot deel op anderen grondslag. Er zijn er, die meenen, dat onderwijs gelijk gesteld behoort te worden met rechtsbedeeling, openbare veiligheid, landsverdediging en dergelijke en die de kosten willen bestrijden enkel uit de belastingen; er zijn anderen, die in de schoolgeldheffing een middel zien om reeds op de schoolbanken de kinderen naar maatschappelijke standen te scheiden, om de standenscholen in het leven te houden en die er daarom sterk tegen zijn.

Voor de voorstanders heeft algemeen kosteloos onderwijs evenwel op het oogenblik geen waarde als punt voor een politiek gemeenteprogramma of het moest zijn voor inrichtingen, die buiten het gebied van het lager onderwijs vallen en geheel door de gemeente bekostigd worden, gelijk dat met bewaarscholen het geval kan zijn. Immers algemeen kosteloos onderwijs is onder de tegenwoordige wet voor het lager onderwijs niet mogelijk in een gemeente zonder vrijstelling bij koninklijk besluit. (Zie art. 50 der Wet op het Lager Onderwijs). Er zijn slechts drie gemeenten waar zulk een vrijstelling verleend is: Zijpe, Nieuwe Schans en Putte (Xoord-Brabant). Een dergelijke vrijstelling ten opzichte van het herhalingsonderwijs werd verleend aan de gemeenten: Schoonhoven, Ransdorp, Wijk bij Duurstede, Goor, Olst, Stad-Delden.

Ook over den maatstaf, waarnaar het schoolgeld geheven moet worden is men het langen tijd niet eens geweest; moest het uniform d. i. voor allen hetzelfde, of evenredig d. i. in overeenstemming met de draagkracht der ouders zijn.

TJniform was het schoolgeld voor 1889. De wet bepaalde, dat voor iederen leerling van dezelfde klasse het schoolgeld gelijk

Sluiten