Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a boven ƒ 2.400.— tot en met ƒ 2.600.— . • ƒ 35.—

b „ „ 2.600.— . „ „ „ 2.900.— . • , 40.-

t „ 2.900.— w „ „ „ 3.500.— . . , 50.-

d „ „ 3.500.— „ . „ . 4.200.— . . * 60.—

* „ „ 4.200.— . . » . 5.100.— . • „ 70.—

ƒ jf ^ 5.100.— » , . . 5.600.- . . „ 80.—

g ff „ 5.600.- . . . . 6.200.— . • „ 90.-

h ff . 6.200.- , , . . 7.500.- • • . 100.-

i „ „ 7.500.- , , . . 8.300.- . • „ 120.-

y „ „ 8.300.— . . . » 9.100.— . . » 140.—

k n , 9.100.— , . . . 10.000.— . . n 160.—

I . „ 10.000.— 18° —

Art. 9.

Wanneer leerlingen der le, 2e en 4e Hoogere Burgerschool met driejarigen cursus, die niet alleen het einddiploma van eene dezer scholen hebben verkregen, maar, ter beoordeeling van Burgemeester en Wethouders, een zeer voldoend eindexamen hebben afgelegd, vervolgens naar de Handelsschool of de Hoogere Burgerschool met vijf-jarigen cursus voor jongens overgaan, geschiedt, indien het inkomen, naar hetwelk het schoolgeld voor hen wordt berekend, niet hooger is dan ƒ5100, de berekening der bijdrage voor hen naar de schaal van art. 8.

Art. 10.

De schoolgelden, bedoeld in de artt. 5, 6, 7 en 8, zijn ten aanzien van leerlingen, die tnsschentijds, nadat meer dan de helft van het heffingsjaar is verstreken, op de school worden toegelaten, slechts voor de helft verschuldigd.

Bij den overgang tusschentijds van de eene school naar de andere, is voor het geheele heffingsjaar het schoolgeld verschuldigd volgens het tarief voor die school, voor welke de heffing het hoogst is.

Art. 11.

Wanneer meer dan één kind van dezelfde in leven zijnde ouders, die hun hoofdverblijf binnen deze Gemeente hebben, hetzij dezelfde school, hetzij verschillende openbare Middelbare scholen in deze Gemeente bezoeken, wordt — op daartoe gedaan verzoek — voor elk kind de volgende aftrek toegestaan:

a bij een inkomen van minder danƒ2400.— een aftrek van 20 pCt.

Sluiten