Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 2.

Het schoolgeld wordt berekend als volgt:

a voor leerlingen, wier ouders beiden of een van beiden alhier hun hoofdverblijf, in den zin van art. 245 der Gemeentewet, hebben, naar het inkomen, dat hunne ouders geacht worden te bezitten;

b voor ouderlooze en meerderjarige leerlingen, die zeiven alhier hun hoofdverblijf, in den zin van art. 245 der Gemeentewet, hebben, naar het inkomen, dat zij geacht worden te bezitten;

c voor leerlingen, die niet vallen onder de sub a of b genoemde categorieën, naar het maximum van de bij deze Verordening vastgestelde schaal van schoolgeldheffing.

Art. 3.

Voor zoover het schoolgeld wordt berekend naar het inkomen,

wordt dit gesteld:

a voor hen, die voorkomen op de kohieren der Plaatselijke

directe belasting naar het Inkomen, over het laatst afgeloopen dienstjaar, — op het bedrag, dat tot grondslag voor den aanslag op die kohieren heeft gestrekt;

b voor hen, die niet op die kohieren voorkomen, op den door den belastingplichtige zeiven opgegeven bedrag, behoudens verhooging van het verschuldigde schoolgeld, indien het kohier der Inkomsten-belasting over het loopend dienstjaar een inkomen aangeeft, dat aanleiding geeft tot eene hoogere klasse van schoolgeldheffing.

Art. 4.

Het minimum-schoolgeld van ƒ60.— per leerling en per jaar is verschuldigd, wanneer het inkomen naar hetwelk het school¬

geld wordt berekend, niet hooger is dan/rf.öUU—

Verder is de bijdrage per leerling en per jaar bij een inkomen van:

a boven ƒ 3.500.— tot en met ƒ 4.<iUU. . . / <v.—

b „ „ 4.200.- „ * - . 5.100.- . . „ 80—

C „ 5.100.— , n » « 5.600.— . . » 90.—

d ; 5.600.- . „ . . 6.200.- . . . 100.-

e „ „ 6.200.— „ . . « 7.500.- . . . 120.-

ƒ . „ 7.500.— . . . » 8.300.— . . » 140.—

g \ „ 8.300.- „ . . . 9.100.- . . „ 160-

i ; . 9.100.- .... M.000.- . . . 180.-

i „ „ 10.000.- . , . . 11.000.— • • n 200—

j „ „ 11.000— . . . - 13.000.- . . . 225—

k „ „ 13.000.- ^50-~

Sluiten