Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zulke bewaarscholen nemen den goeden moeders het werk der opvoeding niet uit de hand, neen, zij vullen slechts aan, waar deze op de meest drukke uren van den dag geroepen door andere plichten, haar kind niet onder eigen hoede kunnen nemen en waar zij onmachtig zijn haar kinderen alles te geven, wat zij noodig hebben.

„In ons land bestaat een groot vooroordeel tegen de bewaarschool; waarschijnlijk omdat er zooveel slechte zijn, en deze kunnen maar voortbestaan, omdat de wetgever zich het lot onzer jonge medeburgertjes nog immer niet aantrekt. Ik ben zeker, dat die vooroordeelen zouden verdwijnen, indien de tegenstanders een goed ingerichte bewaarschool niet een keer, maar vele malen bezochten, om zich daar zelf te overtuigen, hoe blij en opgewekt de kinderen hun spel spelen, hoe verveling daar verbannen is, en hoe weinig er van eigenzinnigheid en koppigheid onder verstandige leiding bij het samenzijn van kinderen sprake is.

„Maar kunnen we dan onze kinderen niet thuis houden en hun daar geven, wat ze behoeven. De moeder zal toch in de eerste plaats wel de door de natuur aangewezen verzorgster harer kinderen zijn: en zij zal, geleid en gesteund door haar moederliefde, haar kleinen kleuters in rijke mate alles geven, waaraan deze lichamelijk en geestelijk behoefte hebben. Zij zal door liefde en toewijding aanvullen, wat zij in kennis en tact mocht tekort komen.

„Tot op zekere hoogte ben ik het met die kalme tegenstanders der bewaarschool eens, en het is in geenen deele mijn bedoeling de taak der moeder te verkleinen; maar naast de schoone en welluidende theorieën staat de dikwijls sombere werkelijkheid der praktijk. Onwillekeurig dringen zich deze vragen bij ons op: „Heeft de moeder den noodigen tijd en de noodige kennis om aan alle eischen haar door haar kind gesteld te voldoen, en bieden onze woningen voldoende ruimte voor het spelen onzer kinderen ?

„Ik begin maar met het laatste: onze Hollandsche woningen zijn klein en onze Hollandsche huisvrouwen zijn op haar kleine woningen keurig netjes; twee belemmerende omstandigheden voor een ongedwongen spel. In onze tuinen kunnen de kinderen niet eens naar hartelust hollen en draven en stoeien, zonder in vele gevallen de vermaning op te loopen: „Jongen, bedaar toch, je breekt me den heelen boel af." Ieder kent de klachten der

Sluiten