Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4-jarigen leeftijd nog niet of den 6-jarigen leeftijd reeds bereikt zullen hebben.

Elke leerling, die voor de berekening der bijdrage in aanmerking komt, behoort te worden ingeschreven in een register, waarvan het model door Burgemeester en Wethouders wordt vastgesteld.

Art. 11.

De bijdrage wordt telkens slechts voor den tijd van één kalenderjaar of gedeelte daarvan verleend, en niet dan op een daartoe door het bestuur of het hoofd der school aan Burgemeester en Wethouders gerichte aanvrage. Deze aanvrage behoort in de tweede helft van de maand Januari van het jaar, waarvoor het subsidie wordt verzocht, te worden ingediend. Voor nieuw op te richten scholen kan van dezen termijn van inzending worden afgeweken.

Art. 12.

Geen bijdrage wordt verleend aan een bijzondere school, waar een hooger schoolgeld dan 50 cents per week wordt geheven; waar minder dan 41 leerlingen schoolgaan; wanneer de instelling of vereening, onder welker bestuur zij staat, geen rechtspersoonlijkheid bezit.

Art. 13.

De uitbetaling der bijdrage geschiedt naar regelen, door Burgemeester en Wethouders te stellen.

Dergelijke bepalingen gelden ook in andere gemeenten, die subsidie verleenen. Toch bestaan hier en daar afwijkingen; zoo is in de Haagsche verordening het bedrag van het subsidie genoemd en afhankelijk gesteld voor het hoofd van het aantal leerlingen, voor de onderwijzeressen van de omstandigheid of zij al of niet een akte van bekwaamheid bezitten. Te Schiedam wordt het subsidie per kind berekend. Wat de bevoegdheid betreft eischt men te Utrecht, dat de onderwijzeressen ook een akte voor lager onderwijs hebben; te 's-Gravenhage dat van de drie of vier onderwijzeressen ten minste één, van vijf of zes twee, van zeven of meer drie een bewijs van bevoegdheid moeten bezitten; te Schiedam moet op iedere 100 kinderen of minder ten minste een bevoegde onderwijzeres zijn. Te 's-Gravenhage heeft men een

Sluiten