is toegevoegd aan uw favorieten.

Modern gemeentebeheer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minstens een zestal vakken, want met die genoemd onder r,/en g kan ook in de tweede helft van den leertijd begonnen worden.

Nog iets minder ongunstig wordt de toestand, wanneer er voor 91 a 145 leerlingen drie onderwijzers zijn, daar elk dan slechts twee klassen voor zijn rekening heeft.

Is een der leerkrachten in de scholen een onderwijzeres, dan wordt zij gewoonlijk ook nog belast met het onderwijs in de handwerken.

Daar de bezwaren, die voor de onderwijzers uit een schoolinrichting met één of twee leerkrachten voortvloeien, van technischen aard zijn, zullen wij er hier niet verder op ingaan; temeer daar men geen onderwijzer behoeft te wezen om de belemmeringen voor goed onderwijs in zulke kleine schooltjes te begrijpen. De gemeenteraad kan die zooveel mogelijk voorkomen ten eerste door het vormen van kleine scholen naar zijn vermogen tegen te gaan, als de afstanden tusschen huis en school zich er niet tegen verzetten ; zoolang die afstand korter dan 4 K.M. is, zijn de ouders gehouden hun kinderen naar school te zenden, tenzij zij tegen het onderwijs op alle binnen dien afstand van de woning gelegen, lagere scholen, overwegend bezwaar hebben (art. 7 der Leerplichtwet). Ten tweede kan hij aan die belemmeringen tegemoet komen door gebruik te maken van de bevoegdheid om tegen restitutie van het minimum-salaris door het Rijk een tweede leerkracht aan te stellen in schooltjes met 25 a 40 leerlingen en ten derde door zich niet te bepalen tot het minimum aantal onderwijzers, door de wet gevorderd, doch zooveel mogelijk te zorgen, dat in elke school minstens drie leerkrachten zijn, zoodat geen onderwijzer zijn aandacht over meer dan twee klassen behoeft te verdeelen.

Een regel, die meer met de belangen van het onderwijs strookt is dat de verordening het maximum aantal leerlingen per klasse bepaalt, zooals dit te Amsterdam en Zaandam voor de scholen voor gewoon lager onderwijs het geval is ; dit maximum bedraagt er 42. In 's-Gravenhage en Rotterdam is het maximum niet bij verordening vastgesteld; toch gaat men er in de gewone scholen zelden boven 40. Bij den bouw van nieuwe scholen te Rotterdam wordt gerekend op 36 leerlingen per klasse, in de burgerscholen te 's-Gravenhage gaat men niet boven 32 leerlingen. Te Haarlem is ook het aantal tot 36 kinderen per klas teruggebracht.