Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2°. dat zij de totstandkoming eener algemeene volksschool tegengaan en op het onderwijs der armen een ongewenscht stempel drukken; 3°. dat zij de gemeente noodzaken geld uit te geven voor het onderwijs aan kinderen, die er niet van kunnen profiteeren. Immers de scholen met hooger schoolgeld onderscheiden zich niet alleen van de andere door den maatschappelijken stand der bezoekers, maar ook door de grootere uitbreiding van het leerplan, waarop doorgaans één of meer vreemde talen voorkomen. Zij zijn in den regel scholen voor uitgebreid lager onderwijs, terwijl de scholen met het laagste schoolgeld voor gewoon lager onderwijs zijn.

Een ministerieele beschikking van 11 Juli 18S1 zegt: „Een verordening op de heffing van schoolgeld mag niet bepalen, dat leerlingen, die kosteloos onderwijs ontvangen in de vakken a—k niet zullen toegelaten worden tot het onderwijs in de andere vakken in art. 2 der wet op het Lager Onderwijs genoemd, zonder aan zekere eischen van bekwaamheid te voldoen, indien voor hen, die het volle schoolgeld betalen niet dezelfde regel geldt" ; maar de praktijk wijkt van die beslissing af. Voor de toelating tot inrichtingen van uitgebreid onderwijs wordt van niet-betalenden wel degelijk een waarborg geëischt, dat zij het onderwijs met vrucht zullen volgen. Er zijn reglementen op de kostelooze plaatsing, die eischen, dat de candidaten voor zulk een plaatsing uitmunten door bekwaamheid en aanleg. Voor leerlingen, wier ouders wel betalen kunnen en die hun kinderen dadelijk als zij daarvoor den vereischten leeftijd hebben naar een school voor uitgebreid lager onderwijs kunnen zenden, wordt niet gevraagd of zij uitmunten, zelfs niet of zij soms ongeschikt zijn voor zulk onderwijs. Zijn zij eenmaal geplaatst dan worden zij niet naar een school voor gewoon lager onderwijs gezonden, zelfs niet, als zij belemmerend werken op het onderricht van hun medescholieren.

In kleinere gemeenten met standenscholen is het met het oog op de kosten niet doenlijk, naast de scholen voor betalenden nog andere inrichtingen voor uitgebreid onderwijs te openen, waar kinderen van on- en minvermogenden afzonderlijk onderwijs krijgen in een of meer der vakken, genoemd onder l—t en die in de gemeente worden onderwezen. In groote steden, als Amsterdam en Rotterdam heeft men er evenwel iets op gevonden. Men heeft daar avondcursussen in vreemde talen ingericht, deels

Sluiten