Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laten, te steunen, zoodat zij dit wel kunnen doen en de kinderen een school kunnen bezoeken. Het algemeen belang van zulke fondsen wordt door verscheiden gemeenten erkend; dat in Friesland ontving volgens het provinciaal verslag over 1907 steun van Doniawertal, Franekeradeel, Hennaarderadeel, Opsterland en Rauwcrderhem door een bijdrage van ƒ10; Utingeradeel gaf ƒ 15, Haskerland en Wonseradeel ieder ƒ25, Smallingerland en Tietjerksteradeel ieder ƒ40.

Wij noemen in dit verband tevens de Tehuizen voor schoolkinderen, ofschoon zij niet direct ter bevordering van het schoolbezoek dienen. Wel bevorderen zij de ontwikkeling der kinderen en gaan vooral hun verwaarloozing tegen, doordat zij dezen opnemen in die gevallen, waarin beide ouders ook buiten de schooluren afwezig zijn. In zooverre zijn het inrichtingen van algemeen nut en ontvangen te Amsterdam, Arnhem en Schiedam subsidie uit de gemeentekas.

Een ander reeds lang gebruikt middel om het schoolverzuim tegen te gaan is het geven van belooningen voor getrouw schoolbezoek. Op hen, die uit nooddwang of onverschilligheid niet naar school gezonden worden, hebben zij geen of weinig invloed, wc! op hen, die om andere redenen gemakkelijk tot wegblijven uit de school overgaan. De vorm, waarin zij gegeven worden is zeer verschillend; hier zijn het boekgeschenken of voorwerpen van min of meer practisch nut, elders schoolfeesten, waartoe alleen de getrouwe schoolbezoekers toegelaten worden, daar uitstapjes, eigenlijk schoolreisjes, waarbij evenwel het aanbrengen van kennis meer occasioneel plaats heeft. De feesten en reisjes worden meestal betaald met gelden door particulieren bijeengebracht. Niets belet evenwel de gemeentebesturen gelden uit de gemeentekas daarvoor beschikbaar te stellen. Art. 103, al. 2 der Wet op het Lager Onderwijs zegt alleen: «Door het uitloven van openbare belooningen en eereblijken kan het getrouwe schoolbezoek vanwege het gemeentebestuur worden aangemoedigd" en art. 46 derzelfde wet noemt onder de kosten waarin de gemeenten voor het lager onderwijs moet voorzien, die voor belooningen en eereblijken, zonder iets omtrent den vorm dier belooningen vast te stellen.

Uit het verslag van het Lager Onderwijs over 1907/1908 blijkt, dat in 1907 tal van gemeenten, op grond van dat artikel het getrouw schoolbezoek aanmoedigden.

Sluiten