Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij het verstrekken van voedsel dient overwogen te worden op welke wijze dit het doelmatigst zal geschieden: door een middagmaal of door een ontbijt. Voorstanders van het laatste voeren deze gronden voor hun meening aan: een kind, dat 's morgens met een leege maag naar school gaat in de hoop in het middaguur eten te krijgen, leert in de morgenuren toch niet. Er komt, omdat het lichaam van zoo'n kind in de bank zit, een streepje minder op den verzuimenstaat, maar veel verder gaat het nut van het verstrekken van één warm maal op een dag voor het onderwijs in de morgenuren ook niet. Verbetering van de resultaten van het onderwijs is dan slechts te verwachten van de lessen, die in de namiddaguren worden gegeven.

Wij geven hierbij als voorbeeld eener gemeentelijke regeling het

REGLEMENT op het verleenen van subsidiën voor het verstrekken van voeding of kleeding aan schoolgaande kinderen, volgens art. 35 der Leerplichtwet te Amsterdam.

Art. 1.

Aan vereenigingen, die zich het verstrekken van voeding of kleeding aan kinderen ter bevordering van schoolbezoek ten doel stellen, of aan schoolbesturen kan subsidie worden verleend.

Art. 2.

De vereenigingen, die voor het ontvangen van subsidie in aanmerking wenschen te komen, moeten rechtspersoonlijkheid bezitten; de scholen, die voor het ontvangen van subsidie in aanmerking wenschen te komen moeten staan onder het bestuur van eene instelling of vereeniging, die rechtspersoonlijkheid bezit.

Bij de aanvrage om subsidie moet worden overgelegd een exemplaar van de statuten, het laatste jaarverslag, de rekening van het vorige en de begrooting van het loopende en van het komende jaar.

Art. 3.

De verstrekking van kleeding zal zich bepalen tot de uitreiking van: le klompen; 2e leeren pantoffels; 3e schoolpantofFels, met dien verstande, dat voor één en hetzelfde kind niet meer besteed mag worden dan ƒ3.— per jaar.

De verstrekking geschiedt rechtstreeks aan de kinderen zeiven.

Sluiten