Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betalen en dus belang hebben bij een verstandige keuze, door de musea gebaat worden, erkennen Amsterdam, dat f 500 en Rotterdam, Leiden en Haarlem, die ƒ 100 subsidie aan het Amsterdamsche en 't Zandt, Dockum, Ulrum, Wildervanck en Veendam, die ieder f 10, Stedum, die fl, Middelstum, dat ƒ6, Hoogezand, Nieuwolda, Loppersum, Meeden, Midwolde en Ten Boer, die ieder / 5 en Oldekerk, dat ƒ 1 per onderwijzer, aan het nog jonge Groningsche geven.

Er is ook een schoolmuseum te 's-Gravenhage; doch dat is van een andere natuur. Het is een verzameling leermiddelen voor aanschouwingsondervvijs voor verschillende scholen, waarvan de aanschaffing voor iedere school afzonderlijk te duur en te omslachtig zou zijn. De onderwijzer gaat er met zijn klasse heen. De gemeente subsidieert het met f 500 en een gebouw.

Schoolvergaderingen hebben haar ontstaan te danken aan het streven der onderwijzers naar grooter zelfstandigheid voor de niethoofden van scholen, die door de wettelijke voorschriften van alle regeling der schoolzakcn uitgesloten zijn.

In een adres van het Nederlandsch Onderwijzers-Genootschap in 1906 aan de Koningin gezonden, worden de bezwaren tegen het desbetreffende artikel der wet op het Lager Onderwijs, art. 21, aldus uiteengezet:

Het is ontstaan in een tijd, toen het hoofd de eenige man was aan de school, die bekwaam kon worden geacht goed onderwijs te geven. De onderwijzers waren zijn helpers. Oorzaak hiervan was, dat zij meestal niet voor hun taak berekend waren. Zij werden door het hoofd opgeleid en waren zij na eenige jaren dienst bekwaam genoeg om als zelfstandige werkkrachten op te treden, dan was de kans zeer groot, dat zij ook hoofd zouden worden.

Door de bepaling in artikel 21 bleef de onderwijzer op denzelfden lagen trap. Hij bleef afhankelijk van het schoolhoofd: in de keuze der leermiddelen, der methode, der klassenindeeling, van de straffen en belooningen, in een woord van alles, wat de regeling der schoolzaken betrof. Hij moest werken naar het hem gegeven voorschrift, zich schikken naar de bevelen van den boven hem gestelde. Het valt niet te ontkennen, dat in alle andere takken van dienst dan het onderwijs een zelfde beginsel heerscht. Evenwel behoort de vraag gesteld te worden, of toepassing van dat principe

Sluiten