Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mannelijke schoolhoofden met 8 °/o. Met inbegrip van de vrouwelijke leerkrachten waren die getallen respectievelijk 91 °/o en 10%.

Desondanks werden in de wet van 1878 bepalingen opgenomen, die noodwendig moesten leiden tot een sterke toename van het aantal niet-hoofden. Kweekelingen mochten niet meer als zelfstandige leerkrachten optreden en het aantal kinderen, waarvoor een bevoegd onderwijzer aangesteld moest worden, werd aanmerkelijk verminderd.

Zoo zijn er thans duizenden mannen en vrouwen, want ook het bijzonder onderwijs levert zijn contingent, die zich allereerst volgens hun wettelijke bevoegdheid, veelal ook door hun kennis en ervaring, de gelijke, soms zelfs de meerdere konden achten van het hoofd der school; ze bleven in dezelfde positie, die oorspronkelijk met het oog op minderwaardigen, voor onvoldoende leerkrachten in het leven was geroepen.

Wat vroeger reeds tegen het belang van het onderwijs was, gemis aan voorgeschreven overleg, dit werd nu scherp gevoeld, waar meerdere kennis en hooger inzicht niet meer den schijn van noodzakelijkheid konden redden, als oude beginselen werden toegepast onder nieuwe omstandigheden. Toen kwam een geest van ontevredenheid zich meester maken van bijna het geheele onderwijzerscorps. Allereerst van hen, die de grieven het best voelden èn door den druk, èn door hunne ontwikkeling van hen, die met de volledige bevoegdheid dus, toch niet konden komen tot hoofd eener school. Daarna van verreweg het grootste deel der overige onderwijzers, die voorzagen, dat ook zij wellicht in even ongunstige positie zouden geraken; dat ook hun werken niet die vruchten zou kunnen dragen, welke zij er zich van hadden gedroomd. En niet alleen klasse-onderwijzers, de „volgers", ook hoofden van scholen, de „leiders" voelden, hoeveel beter een geheel verkregen zou worden, indien overleg gepleegd werd door alle leden van het schoolpersoneel, en een drang naar schoolvergaderingen, als thans op verschillende scholen gehouden worden, een drang naar wettelijke verplichting daartoe, naar wettelijke omschrijving van den invloed der onderwijzers op den gang der schoolzaken, uitte zich in tal van geschriften en artikelen.

Schoolvergaderingen, dat zijn bijeenkomsten op geregelde tijden van het hoofd en het overig personeel der school ter bespreking van de schoolaangelegenheden, zijn noodig. Zij kunnen van groot nut voor het onderwijs en de school zijn. Ieder lid van het per-

Sluiten