is toegevoegd aan uw favorieten.

Modern gemeentebeheer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eveneens bij het vervolgonderwijs, dat in dezelfde school in een twee- of driejarigen cursus na het zesde leerjaar gegeven wordt en dan minstens twee moderne talen en wiskunde omvat. De wet erkent de noodzakelijkheid van het bestaan dier scholen door in Art. 48 te bepalen, dat, wanneer het onderwijs behalve de vakken a—h, tevens ten minste twee der vakken onder /, m en n en het vak onder p van artikel 2 omvat een extra bijdrage uit 's Rijks kas gegeven wordt voor één onderwijzer als de school minder dan 90 leerlingen telt, voor twee onderwijzers, als zij 91 a 149 leerlingen telt en voor drie onderwijzers als zij 200 of meer leerlingen telt. Die aantallen zien evenwel op de bevolking der geheele school, niet op die der vervolgklassen.

Evenals de vervolgklassen behoort ook het herhalingsonderwijs tot het lager onderwijs. Het wordt evenwel in den regel gegeven buiten de gewone schooluren. De wet regelt het in art. 17 en legt daarin aan de gemeenten de verplichting op, te zorgen, dat er gelegenheid gegeven wordt voor het genieten van herhalingsonderwijs gedurende minstens 96 uur per jaar, die te zamen een geregelden cursus vormen. Het moet ten minste vier vakken van onderwijs omvatten, waaronder ten minste twee, welke begrepen zijn onder het gewoon schoolonderwijs, zoodat ook kook- en huishoudkunde, land- en tuinbouw, vreemde talen, boekhouden, enz. onderwezen kunnen worden.

De moeilijkheden, die zich bij de uitvoering van het wetsartikel voordoen, zijn vele: Daar is vooreerst het oude bezwaar, dat leerlingen van zeer ongelijke vorderingen onder de leiding van denzelfden onderwijzer vereenigd moeten worden en klassikaal onderwijs dus zoo goed als onmogelijk is, waarbij nog het nieuwe komt, dat bij het onderwijs in vakken als land- en tuinbouw, kook- en huishoudkunst het eene deel der leerlingen wèl, het andere niet genoeg ontwikkeld is om het behoorlijk te volgen. Dan is er op dezelfde plaats, en dat niet alleen in een groote, behoefte aan vakonderwijs voor zeer verschillende beroepen. Verder is de neiging der leerlingen om alleen deel te nemen aan lessen, die hun rechtstreeks van nut kunnen zijn bij hun dagelijksche werkzaamheden zeer hinderlijk voor een goede organisatie van het onderwijs, want zij vragen zich niet af of ze genoeg algemeene ontwikkeling hebben om die lessen te kunnen ■volgen.