Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groote mate van anatomische, physiologische, pathologische en hygiënische kennis te eischen als voor de beoordeeling van straks te noemen gevallen geëischt wordt. De onderwijzer zal steeds, ook als hij zich een zekere praktische kennis eigen gemaakt heeft, verre achterstaan bij den ook maar middelmatig geschoolden arts.

Doch ook al waren de zooeven genoemde bezwaren eventueel te ondervangen, de schoolhygiène zelve is nog geenszins in alle opzichten onaangevochten en het is onmogelijk om bepaald vaste wetten te geven, ze vast te leggen in lijnen, waarlangs zij zich te bewegen heeft. Daarenboven is de vraag, welke ziekten en gebreken door de school veroorzaakt worden, nog ten deele een opene en geenszins vormt zij een gesloten geheel. Slechts op grond van wetenschappelijke studie en praktische ervaring kan men concludeeren, dat in een bepaald geval, het euvel door de school als

zoodanig is ontstaan.

Zeer zeker zijn in de laatste jaren een groot aantal feiten verzameld, waaruit later bepaalde regelen en voorschriften voor de praktijk zullen kunnen worden opgesteld. De geschiedenis der laatste jaren leert, hoe ijverig geneesheeren zich op de beantwoording van bepaalde vragen hebben toegelegd, en hoe uit dien chaos van inzichten door betere bestudeering langzaam de waarheid is te voorschijn getreden. Langen tijd zijn de onderzoekingen aan de vrijwillige werkzaamheid van specialiteiten overgelaten en eerst in den jongsten tijd (wij denken aan de neus-keelgezwellenenquête) hebben van hooger hand gelastte onderzoekingen plaats gehad.

Door de meeste geneesheeren wordt dan ook een bevestigend antwoord gegeven op de vraag, of het uit school-hyg. oogpunt noodzakelijk is, te achten, dat bepaald geschoolde artsen, in meerdere mate dan tot nu toe geschiedt, het toezicht op de school

wordt opgedragen.

De vraag rijst nu: „Tot welke, uit hyg. oogpunt bijzonder gewichtige zaken, heeft zich dit geneeskundig school-toezicht te bepalen?"

En dan noemen wij van die „uit hyg. oogpunt bijzonder gewichtige zaken" :

a. Allereerst het toezicht op bouw en inrichting van nieuwe scholen, op de ligging, den ondergrond, den graad van zuiverheid der lucht, en de aanwezigheid van de hoeveelheid lucht, de ventilatie, de verwarming, de ligging der vensters, de kunstmatige verlichting,

Sluiten