Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

's-Gravenhage in Augustus '08 gehouden, is daar de nadruk op gelegd. Dit bezwaar zou ernstig zijn, wanneer niet onomstootbaar vaststond, dat, in strijd met de vaak gehoorde meening, de beste scholieren ook lichamelijk de best ontwikkelde zijn.

Duidelijk is dit aangetoond door Porter, die bij zijn onderzoek van ruim 33000 kinderen vond, dat, wanneer hij alle kinderen van denzelfden leeftijd beschouwde, zij, die tot een hoogere klasse behoorden, ook gemiddeld een betere lichamelijke ontwikkeling bezeten, dan de minder verre — even oude makkers.

Twee Russische onderzoekers toonden aan, dat de lichamelijk het best ontwikkelde kinderen op betere resultaten op school konden bogen, dan de lichamelijk minder rijk begaafden.

In zijn studie „Lichaamsontwikkeling en geestelijke begaafdheid" in het Zeitschrift für Schulgesundheitspflege, komt Rietz eveneens tot de slotsom, dat het lichamelijk het best ontwikkelde kind van iederen leeftijd ook de meeste geestesbegaafdheid vertoont. Lichaamswelvaart, geestesmeerderwaardigheid dus.

Was het vroeger nog aan twijfel onderhevig, of sommige ziekten, met name ruggegraatsverkromming en bijziendheid, afwijkingen liever genoemd dan ziekten, door de school ontstonden, een nauwkeurige observatie over een groot aantal schoolkinderen heeft duidelijk doen uitkomen, dat inderdaad de school de oorzaak daarvan is.

Onder de afwijkingen, die door de school ontstaan, strijden bijziendheid en ruggegraatsverkromming om de eerste plaats.

De bijziendheid treffen we in voortdurend hoogere getale aan, naarmate de kinderen langer de school bezoeken. Nog gering in de eerste klasse, neemt ze sterk naar de hoogere toe en wel verschillend, naarmate op de ééne school méér geleerd wordt, dan op de andere.

Men verklaarde die toename van de bijziendheid daardoor, dat het kind, hoe kleiner de letters waren, hoe minder verlicht zijn plaats was, het de oogen des te meer moest inspannen en deze, waar elke meerdere inspanning der oogen met meerderen druk van de buiten om het oog gelegen spieren samenging, op de plaats, waar deze het zwakst waren, gingen uitpuilen.

Hoe juist deze meening ook zijn moge, de ervaring was hiermede in strijd.

Met loffelijken ijver werden de minder-goed gedrukte schoolboeken verwijderd, de verlichting werd verbeterd, zoodat ze bv. te Amsterdam slechts in 7 % der gevallen onvoldoende is en nochtans nam de bijziendheid toe.

Sluiten