Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scholen in den omtrek er van gelegen. In 1907 bedroeg het aantal door schoolkinderen genomen baden 16368.

Het in den loop van het jaar 1903 in Utrecht geopende Volksbadhuis aan het Koekoeksplein ontvangt per jaar volgens raadsbesluit van 17 Oct. 1901 een subsidie van ƒ3000.—. Daarvoor moeten baden worden verstrekt aan leerlingen van aangewezen openbare en bijzondere lagere scholen tot een maximum van 50000. In 1907 bedroeg het aantal aan leerlingen verstrekte baden ruim 30000.

Te Rotterdam verstrekt de gemeente sedert 1906 aan het badhuis aldaar een subsidie per jaar van ƒ1000.— waarvoor het deels kosteloos, deels tegen de geringe bijdrage van 1 cent per bad, aan schoolkinderen van scholen in de nabijheid van het badhuis gelegen, baden verschaft. In 1907 werden 1241 kostelooze baden en 6586 tegen betaling van 1 cent verstrekt.

Intusschen wordt door de schoolkinderen betrekkelijk maar een luttel gebruik gemaakt van de gelegenheid tot baden. In Duitschland bestaan sedert ruim 20 jaren de schoolbaden. Het allereerste schoolbad kwam tot stand te Göttingen. Het was bij gelegenheid van een bezoek van een hoogleeraar in de geneeskunde, dat deze met den burgemeester in een nieuwe school bracht, dat, wat de hygiënische inrichtingen ook konden verhelpen, het feit, dat allergemakkelijkst besmettingskiemen op lichaam en kleeren worden meegebracht en niet verdwijnen, door geen enkelen maatregel, hoe hygiënisch ook, kon worden voorkomen. De stadsarchitect kreeg toen opdracht van het gemeentebestuur, om in het onderste gedeelte van het schoolgebouw in een ruimen, niet gebruikten kelder een badinrichting te maken en de ervaring, die daar opgedaan is, heeft spoedig uitspraak gedaan ten gunste van het schoolbad. Nog geen jaar was verloopen of in meerdere steden werd de wensch geuit, dat men schoolbaden zou inrichten en nog geen 5 jaren later werd in meer dan 50 steden in Duitschland het schoolbad gebruikt. De kinderen maakten met gretigheid, geheel zonder drang, gebruik van de baden.

In Nederland was, toen de schoolbaden in Duitschland reeds burgerrecht verkregen hadden, de vraag, of het schoolbad gewenscht was, nog nauwelijks opgeworpen. In 1890 kwam in Amsterdam de wenschelijkheid van baden voor on- en minvermogende schoolkinderen ter sprake en in October besloot de raad een proef te nemen. Het volgend jaar waren 2 scholen van baden voorzien.

Sluiten