is toegevoegd aan uw favorieten.

Modern gemeentebeheer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(In verreweg de meeste gevallen wordt het douche of regenbad verkozen boven kuipbaden. De regenbaden eischen minder water, zijn dus goedkooper, en het is om een voor de hand liggende reden minder hygiënisch, wanneer het koude bad door meerdere kinderen in eenzelfde kuip wordt gebruikt, terwijl een regenbad voor de meeste kinderen aangenamer en nuttiger is. De aanleg van dergelijke regenbaden is veel goedkooper en het onderhoud veel eenvoudiger dan van een inrichting met kuipbaden). In Amsterdam kon men hoogst waarschijnlijk door den toestand van den bodem het stelsel, dat zich in Duitschland meer en meer inburgerde, en waar in het sous-terrain van de school de schoolbaden werden ondergebracht, niet navolgen. Daar werd de ruimte onder de school nl. verdeeld in een gemeenschappelijke kleedkamer en een gemeenschappelijke badkamer, terwijl 3 of 4 kinderen onder één douche stonden. Waar aan de school een concierge verbonden was, vervulde deze en zijn vrouw de taak van badmeester en badvrouw. In Amsterdam had men een oude overdekte speelplaats, die men kon missen, voor een gedeelte in kleedkamer, voor een ander gedeelte in badkamer herschapen. Men had in de badkamer schotjes geplaatst; de ruimten tusschen de schotjes werden elk van een douche voorzien en vormden dus badkamertjes voor 1 kind. Die schotjes had men gewild om geen aanleiding tot kwetsing der zeden te geven, maar het bleek, dat die maatregel gelukkig onnoodig was: de kinderen vonden het niets vreemd elkaar naakt te zien en hadden het te druk met aankleeden om op iets anders te letten.

De heer Schook, aan wiens school voor het eerst die baden werden toegepast, heeft in een zeer lezenswaardige brochure (overgedrukt uit het «Sociaal Weekblad" 1892) mededeeling gedaan omtrent zijn resultaten van het schoolbad. In den aanvang waren veel bezwaren te overwinnen. Men had bezwaar, dat de onderwijzers en onderwijzeressen met het kleeden hun medewerking zouden moeten verleenen, maar de praktijk heeft die bezwaren opgeheven, of liever zij heeft bewezen, dat zij inderdaad niet bestonden. Ook meende men, dat de gemeente geen vuile kindertjes te wasschen had, en, als zij het deed, ook spoedig van waschvrouw kindermeid zou moeten worden. Gelukkig dachten anderen er anders over. Wat het tijdverlies betreft, ook hier bleken de bezwaren minder, dan men gedacht had. Geen kind bleef langer dan een half uur uit de klas: het tijdverlies was dus niet noemens-