Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oprichten. Het terrein was 1 H.A. groot en er werd voorloopig eén lighal op gebouwd.

De Amsterdamsche Ver. tot bestr. der Tuberc. vroeg in 1907 aan het gemeentebestuur een jaarlijksche subsidie van ƒ2000.— B. en W. maakten bezwaar dit bedrag toe te kennen, maar wenschten haar voor 10 jaar om niet in bruikleen af te staan het voormalig politie-bureau op de Noordermarkt, dat eerst op kosten der gemeente (geraamd op f2000) verbouwd zou worden. De Vereeniging, welke gebrek aan een grooter lokaliteit had, aanvaardde dit aanbod en verplaatste met 1 Mei 1908 haar zetel naar de Noordermarkt.

De gemeente Arnhem verleent aan de daar bestaande vereeniging behalve een jaarl. subsidie van ƒ500.— ook nog ieder jaar f 200.— zoolang door haar van de gemeente een terrein in erfpacht wordt bezeten. Die som staat gelijk met het jaarlijks door de vereeniging te betalen erfpachtsrecht.

De gemeente Leeuwarden gaf van haar belangstelling in den kamp tegen de gevreesde ziekte blijk, door een lokaal in de Doelestraat voor consultatie-bureau beschikbaar te stellen en de inrichting voor haar rekening te nemen.

Geneeskundige dienst. De gemeentelijke geneeskundige dienst bepaalt zich in de meeste — ook groots — gemeenten tot geneeskundige zorg over de armen. Al of niet werkzaam onder een commissie van toezicht wordt ze uitgeoefend door één of meer geneesheeren en vroedvrouwen, die de betrekking als bijbetrekking waarnemen. Dit heeft naar veler meening zijn bezwaren. In de gemeenteraden, waar men over de kwestie: behoorlijk bezoldigde gemeente-artsen, met verbod van praktijk, of: artsen, die naast hun gewone praktijk ook de geneeskundige armenzorg waarnemen, van gedachten wisselde, bracht men o. a. de volgende argumenten bij :

1°. De geneeskundige, die geregeld armenpraktijk doet, heeft kans in die sleur te versuffen;

2°. Hij zal niet in aanraking komen met bijzonder belangwekkende gevallen;

Anderen voerden daartegenover aan:

1". De geneeskundige, die geregeld armenpraktijk doet, zal meer invloed op zijn patiënten kunnen uitoefenen, omdat zij de overtuiging zullen krijgen, dat hij hen niet als bijzaak beschouwt.

Sluiten