Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liteiten, enz. moeten voldoen, die voor melkverkoop en -bewaring bestemd zijn, ook ten opzichte van slaap- en ziekenkamers, privaten, beerputten, stallen, enz. B. en W. hebben het recht genoemde lokalen te onderzoeken. Verboden is invoer van melk van buiten, indien van de gezondheidscommissie van de plaats van herkomst geen verklaring kan worden overgelegd, dat de lokaliteiten en de watervoorziening aldaar voldoen aan de in de Leidsche verordening gestelde hygiënische eischen. Verder wordt geregeld, hoe gehandeld moet worden bij het uitbreken van besmettelijke ziekten ten huize van den melkverkooper en ten opzichte van het rondbrengen, vervoeren en afleveren der melk door personen, in wier huis een besmettelijke ziekte heerscht, of door personen, zelf lijdende aan een zoodanige ziekte. Het vaatwerk moet van stoffen vervaardigd zijn, die in het gebruik en bij het reinigen geen voor de gezondheid schadelijke bestanddeden afgeven. Het vervoer moet plaats vinden in stofdicht gesloten flesschen, kannen, bussen, enz., waarbij voor de afsluiting geen voor de gezondheid schadelijke stoffen mogen worden gebruikt. Onherroepelijk geworden vonnissen wegens overtreding der verordening worden gepubliceerd.

Deze laatste bepaling werd niet goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. De gemeenteraad handhaafde haar evenwel en de regeering nam in den tijd, dat ze zulks had kunnen doen, geen maatregelen tot vernietiging. Er waren blijkbaar geen termen om tot tegenstrijdigheid met de wet te kunnen concludeeren, zoodat de bepaling in de verordening werd opgenomen.

Art. 14, waarbij aan melkverkoopers, die buiten de gemeente wonen de verplichting wordt opgelegd, een bewijs te toonen, afgegeven door de gezondheidscommissie, waaronder hun gemeente ressorteert, waaruit blijkt, dat hun lokaliteiten voldoen aan de in de verordening gestelde eischen, gaf aanleiding tot een moeilijkheid met de gezondheidscommissie, zetelende te Katwijk. Die weigerde nL dit bewijs aan de Rijnsburgsche melkverkoopers af te geven, en wel op drieërlei grond: 1°. achtte zij het niet billijk, personen, die in hun eigen gemeente wel melk mochten verkoopen, in Leiden aan beperkende bepalingen te onderwerpen ; 2°. meende zij, dat degenen, die wel in Leiden mochten verkoopen toch de melk wel van anderen zouden kunnen opkoopen en 3°. meende zij, dat het buiten haar taak lag toezicht op lokalen uit te oefenen.

Sluiten