Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V. HET ARBEIDERSVRAAGSTUK.

§ 1. WERKLIEDENREGLEMENTEN.

„Gemeentebedrijven moeten wztf^/bedrijven" zijn. Dat is het motto, waaronder men begonnen is te vragen naar eene wettelijke omschrijving van de rechten en plichten der arbeiders in dienst der gemeenschap. De gemeenschap, de gemeente, die arbeiders in dienst heeft, is in vele opzichten gelijk te stellen met den gewonen ondernemer. In één opzicht echter is er een principieel verschil. Bij den gewonen ondernemer is in de allereerste plaats het doel: winst. De gemeente „onderneemt" zelf, omdat het particulier initiatief niet of niet voldoende het gemeentebelang of dat harer ingezetenen behartigt. In het laatste geval is dus voorziening in de behoefte één, het maken van winst komt in de tweede plaats. Concurrentie dwingt de werkgevers maar al te vaak de productiekosten laag te houden ten koste van de arbeidsvoorwaarden. Voor den gemeente-ondernemer bestaat deze dwang niet. Bezit de gemeente in den regel het monopolie, dan staat voor haar ook de mogelijkheid open goede arbeidsvoorwaarden te stellen. Niet ten koste van de werklieden is het dan noodig in de behoeften te voorzien. Het vrije spel van vraag en aanbod van arbeidskrachten werkt niet meer onbelemmerd. De gemeente stelt haar voorwaarden en dit blijkt tevens haar belang te bevorderen. Het aanbod van arbeidskrachten neemt toe en de keus voor de gemeente wordt grooter.

Ook de omvang der gemeentebedrijven is dikwijls een reden om de arbeidsvoorwaarden in gemeentedienst te reglementeeren.

Sluiten