Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reglement van toepassing zal zijn, is de raad niet. Xaar veler meening stelt de gemeentewet grenzen. Wel spreekt de gemeentewet nergens van „werklieden", want art. 136 en 145 noemen slechts „ambtenaren en bedienden." In dit opzicht dus geen bepaalde beperking. Maar de werklieden van het brandweerbedrijf ? De burgemeester van Amsterdam en vele anderen meenen in strijd met wijlen Mr. Caroli, dat zoover de bevoegdheid van den raad niet reikt. Duidelijker is, als men wil, de gemeentewet ten opzichte van de gemeentelijke politie, ofschoon meerdere verordeningen uitdrukkelijk zeggen, dat het reglement niet van toepassing is op de politie, b.v. te Kampen: „Onder werklieden worden in dit reglement verstaan de bij de verschillende takken van gemeentedienst werkzame personen, wier loon anders dan per maand, kwartaal of jaar wordt betaald, voor zoover zij voorzien zijn van eene vaste aanstelling, uitgezonderd de dienaren van politie.

Categorieën van werklieden. Na deze beperking eene tweede, die opgesloten ligt in de vraag of de reglementen slechts betrekking moeten hebben op de vaste werklieden. Aanvankelijk is men begonnen met alleen de arbeidsvoorwaarden dezer werklieden te regelen. Zoo het eerste reglement te Amsterdam, terwijl het thans nog te Haarlem, Utrecht, Kampen slechts op deze categorie van arbeiders betrekking heeft.

Andere gemeenten kennen naast de vaste, uitsluitend losse werklieden, b.v. Zutfen, Arnhem, Gouda, Bussum, Baarn. Het criterium voor „vast" is in de verordeningen vaak verschillend gesteld. Het Zutfensche reglement zoekt het in de wijze van aanstelling. Vaste werklieden worden door Burgemeester en Wethouders aangesteld, tijdelijke door het betrokken hoofd van dienst. „Tijdelijk" is een rekbaar begrip. De Amsterdamsche hoofdambtenarencommissie constateerde, dat jaarlijks aan de gegemeentereiniging een aantal arbeiders voor 14 dagen werden ontslagen om ze tijdelijk te doen blijven, terwijl deze lieden jaarlijks na deze vacantie weder in dienst werden gesteld. Lang en breed heeft men in menigen raad beraadslaagd hoe dit euvel te keeren en tegelijkertijd de mogelijkheid open te houden, losse werklieden voor langer dan eenige weken in dienst te nemen. De Amsterdamsche verordening definieert de losse werklieden als „werklieden, die voor tijdelijken dienst zijn aangenomen. En de duur van het tijdelijke wordt in art. 5 aldus bepaald: „Wanneer

Sluiten