Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lieden zijn verplicht te allen tijde de hun opgedragen werkzaamheden met ijver en nauwgezetheid te volbrengen, de bepalingen van dit reglement en van de bijzondere voorschriften na te leven enz." In alle reglementen wordt ongeveer gelijke algemeene omschrijving aangetroffen. Soms heeft men blijkbaar bedacht, dat ook voor een gemeentewerkman wel eens het „nood breekt wetten" zou moeten gelden, zoodat Amsterdam dan ook bepaalt: „Wanneer hij door onvoorziene omstandigheden verplicht is van deze bevelen af te wijken, geeft hij daarvan zoo spoedig mogelijk kennis van de wijze, als in de bijzondere voorschriften voor den tak van dienst, waarbij hij werkzaam is, is aangegeven." Worden enkele bijzondere voorschriften opgenomen, dan zijn deze van den meest uiteenloopenden aard. Zoo legt Amsterdam haren werklieden de verplichting op binnen de gemeente te wonen. 's-Gravenhage b.v. stelt hare werklieden verantwoordelijk voor het verstrekte gereedschap. Maastricht voegt daaraan toe grondstoffen enz. Zwolle verbiedt met name het verrichten van loontrekkenden arbeid voor anderen en het uitoefenen van nevenbedrijven. In meerdere reglementen wordt den gemeentewerkman verdraagzaamheid jegens zijn medewerklieden aanbevolen, benevens zich jegens zijn superieuren en jegens het publiek op betamelijke wijze te gedragen. Vaak wordt hem ook de verplichting opgelegd, „door gepaste maatregelen te zorgen, dat de belangen der gemeente niet worden benadeeld, ook, indien hij daartoe in staat is, bij aangelegenheden, welke niet zijn eigen werkzaamheden betreffen. (Zaandam). Baarn alleen heeft opgenomen het verbod van rooken onder het werk en het vragen van fooien. Gouda verbiedt sterken drank op het werk bij zich te hebben of te gebruiken, terwijl Enschedé dit verbod uitbreidt met deze woorden „en mag buiten die tijden daarvan geen misbruik maken."

Bij de vaststelling der verplichtingen van den gemeentewerkman door de gemeenteraden, geeft het al of niet opnemen van eene verplichting in het reglement dikwerf aanleiding tot scherpe discussie.

Aanhalingen uit een paar reglementen mogen illustreeren welk punt tot zoo'n scherp verschil van meening aanleiding geeft.

Art. 17. 3. Maastricht: „Hij is verplicht gedurende ten hoogste 4 weken als plaatsvervanger op te treden van een wegens ziekte of om eene andere reden, mits niet wegens werkstaking, afwezigen werkman, indien hij daartoe door het hoofd van den tak van dienst

Sluiten