Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar binnen- en buitenlandsche auteurs enz. trachten de voorstanders hun amendement aannemelijk te maken.

Tegenover de overweging van B. en W. en de meerderheid, dat de financieele lasten te zwaar voor de gemeente zouden worden, betoogden zij:

1°. de verkorting van arbeidsduur in takken van dienst, waar op stuk wordt gewerkt, zal geen nadeeligen invloed hebben op de arbeidspraestatie, daar deze in minstens gelijke mate zal worden verhoogd als de werktijd verminderd;

2°. de ondervinding wijst zelfs aan, dat hij, die in uurloon arbeidt, na verkorting van arbeidsduur, zooveel opgewekter zijn werk verricht, dat ook dan de praestatie stijgt, hoewel niet zooveel als onder 1°;

3°. er zijn reeds takken van gemeentedienst waarin door het drieploegenstelsel hoogstens negen uur gearbeid wordt, zoodat voor deze de invoering van den 9-urigen werktijd geen verhooging van financieele lasten brengt;

4°. er zijn reeds thans verscheidene groepen van werklieden, vooral zij, die buiten hun arbeid verrichten, die gedurende een groot deel van het jaar negen uur of minder per etmaal werken, zoodat vaststelling van negen uur voor deze groepen geen groote financieele offers met zich kan brengen;

5°. zonder twijfel zullen de uitgaven door verkorting van den arbeidsduur stijgen, maar niet in die mate, als door de tegenstanders wordt verwacht. Evenwel die meerdere onkosten vallen op de bedrijven en daar deze zoo'n aanzienlijke winst in vele gevallen afwerpen, mogen de werklieden, daarin werkzaam, daarvan wel profiteeren door goede arbeidsvoorwaarden.

Het oordeel van B. en W. en de meerderheid is aldus puntsgewijze saam te vatten:

1°. het is te betwijfelen of de arbeider den meerderen vrijen tijd voor zelfontwikkeling en gezinsleven zal besteden;

2°. de arbeid is voor den mensch nuttig; de werklieden vragen dan ook zelf om overwerk;

3°. er is nog geen rijkswet op den arbeidsduur en uit hetgeen de arbeidersbeweging daaromtrent verlangt, blijkt, dat om een 10-urigen arbeidstijd gevraagd wordt en hieraan voldoet de gemeente ;

4°. dat verkorting van arbeidsduur verhooging van arbeidspraestatie ten gevolge moet hebben, klopt niet hiermee, dat de

Sluiten