Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vier vragen doen zich hier voor:

1°. Waarvoor mag gestraft worden?

2°. Welke zijn de straffen?

3°. Wie mag straffen?

4°. Hoe is het hooger beroep geregeld?

De redenen, waarom straffen kunnen worden opgelegd zijn volgens het Amsterdamsche reglement:

1 . overtreding of niet nakoming van de verplichting, den werkman in art. 4 van dit reglement opgelegd;

2°. misdrijf, bij rechterlijk vonnis geconstateerd; 3°. oneerlijkheid;

4°. misleiding;

5". het doen ontstaan van gevaar, het toebrengen van letsel of het veroorzaken van schade;

6°. insubordinatie;

7°. het door voordeel en of beloften zich laten verleiden tot ongeoorloofde handelingen of begunstiging;

8°. ergerlijk gedrag of ergerlijke taal;

9°. dronkenschap in den dienst of het medebrengen of doen brengen van sterken drank bij het werk;

10. verzuim van dienst zonder verlof, tenzij het verzuim noodzakelijk en onvermijdelijk was;

11". aansporing of verleiding van een werkman tot het plegen van een der bovengenoemde feiten.

Dit reglement tracht dus nauwkeurig de strafbare handelingen op te sommen. Anders b.v. het Haagsche. Art. 40 daarvan luidt:

„Wegens kleine vergrijpen kan de werkman door het hoofd van den tak van dienst of dengene, die daartoe in de bijzondere voorschriften van een tak van dienst is aangewezen, gestraft worden met mondelinge berisping of boete van ten hoogste/0.25 of met beide." En art. 41:

„Ernstige vergrijpen kunnen door het hoofd van den tak van dienst gestraft worden met:

a. boete van ten minste 25 centen en ten hoogste 1/a van het weekloon;

b. aanteekening van het vergrijp, waarop zal worden gelet, wanneer de werkman krachtens art. 27 in aanmerking komt voor loonsverhooging;

Sluiten