Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

college, belast met rechtspraak in deze geschillen, een verdere toepassing van het algemeene beginsel is.

Een tweede argument tegen de scheidsgerechten is ontleend aan ons staatsrecht. Art. 144 Grondwet en art. 1 Gemeentewet zouden een scheidsgerecht niet toelaten, terwijl ook art. 145 en 179 der Gemeentewet nog andere bezwaren zouden inhouden. De voorstanders der scheidsgerechten meenen, dat dit bezwaar wel te ondervangen is, en dat de autoriteiten, die daarover te oordcelen hebben, 't blijkbaar met deze tegenstanders niet eens zijn, want nog nooit is om deze redenen eene verordening geschorst of vernietigd.

In een enkele gemeente (Leiden, Haarlem), is men dezen tegenstanders tegemoet gekomen door in te stellen niet een scheidsgerecht met bindende uitspraak, maar een „commissie van advies" of een „kern".

Een derde bezwaar tegen de scheidsgerechten is dat van het prestige. Hebben B en W. gestraft en het scheidsgerecht vermindert of annuleert de straf, dan lijdt het prestige van het dagelijksch bestuur.

Om dit bezwaar te ondervangen heeft men in enkele gemeenten o. a. te Amsterdam de regeling zoo getroffen, dat, indien B. en W. het voornemen hebben een werkman te straffen, zij hem schriftelijk meedeelen, welke straf hem wacht. Binnen enkele dagen moet hij dan kennisgeven, of hij zijn zaak door het scheidsgerecht wil zien onderzocht. B. en W. deelen dit aan het scheidsgerecht mee, dat in hoogste ressort beslist, of de -Merkman strafbaar of tot schadevergoeding verplicht is en welke straf of schadevergoeding hem kan worden opgelegd. Binnen de grenzen van de uitspraak van het scheidsgerecht, leggen B. en IV. dan de straf op. B. en IV. kunticn dus lager niet hooger straffen.

Aan den strijd: Scheidsgerecht of niet, zou een einde zijn gekomen, indien tot wet ware verheven het ontwerp tot wijziging der Gemeentewet, onder het ministerie-Kuyper 21 Mei 1903 bij de Staten-Generaal ingediend.

Het Amsterdamsche scheidsgerecht is nagevolgd in 's-Gravenhage, terwijl te Zwolle (vaste raadscommissie), Leiden (commissie van onderzoek), Haarlem (kern), Deventer (beroep op den raad, waaruit eene commissie) eene andere regeling is getroffen, waaruit de behoefte aan eene soortgelijke instelling zeer duidelijk blijkt.

Sluiten