Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deel der uitkeering wordt in den regel door de verzekerden, een kleiner door de gemeente opgebracht. Zouden de vakvereenigingen het zoover kunnen brengen, dat zij den gemeentelijken steun kunnen missen, dan ligt het in de bedoeling van het Gentsche stelsel, de bijdragen uit de Gemeentekas meer en meer in te krimpen.

Het eerst heeft men het toegepast te Arnhem, daarna te Utrecht, vervolgens te Amsterdam, Groningen, Hilversum, Zwolle, Middelburg en Nijmegen.

In alle gemeenten, waar men het boven omschreven stelsel onveranderd of gewijzigd heeft ingevoerd, is een zelfstandig fonds gesticht met eigen beheer. De inkomsten bestaan, behalve uit legaten en schenkingen, voor het leeuwenaandeel uit de subsidie, die de gemeente jaarlijks aan dit fonds verstrekt. Op één uitzondering na staat dit fonds onder een eigen bestuur. Nu eens worden de leden van dit bestuur door den Raad, dan weer door B. en W. gekozen. In hun keuze zijn deze colleges niet altijd vrij, want soms is in de verordening bepaald, dat een zeker aantal bestuursleden gekozen moet worden uit besturen der tot het fonds toegelaten vakvereenigingen.

Om tot het fonds te kunnen worden toegelaten, moeten de vakvereenigingen aan bepaalde voorwaarden voldoen. Daar zij niet hoofdzakelijk georganiseerd zijn met het doel om de werkloosheid te bestrijden, is in Holland overal voorgeschreven, dat er een strenge afscheiding moet wezen tusschen de geldmiddelen der werkloosheidkas der vereenigingen en haar overige geldmiddelen. Voorts wordt meestal ook gevorderd, dat de vereenigingen rechtspersoonlijkheid bezitten; dat het ledental een zeker minimum bedragen moet; dat geen uitkeering mag verstrekt worden, indien de werkloosheid het gevolg is van werkstaking, uitsluiting, ziekte, ongeval, ouderdom en eigen schuld; dat geen uitkeering zal geschieden aan een lid, dat korter dan een halfjaar of jaar gecontribueerd heeft; dat de contributie niet mag dalen onder een zeker bedrag. Voor het verleenen van een bijslag wordt dan nog gevorderd, dat hij, die van zijn vereeniging een uitkeering krijgt, minstens een jaar in de gemeente woont, niet jonger is dan een bepaald aangegeven leeftijd, minstens reeds een week werkloos is, terwijl de bijslag hoogstens 100 °/o van de uitkeering kan bedragen en gemeenlijk niet langer dan 50 a 60 dagen per jaar wordt verstrekt.

Het nadeel, volgens sommigen, aan dit stelsel verbonden, schuilt

Sluiten