Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongeveer 50 man bij diepspitten. Het loon voor de 100 □ M. werd weer bepaald op ƒ1.10 a ƒ1.25.

In later jaren wordt van gemeentewege niet meer ontgonnen, maar laat zij, gelijk boven reeds werd medegedeeld, 's winters ongeveer 25 personen geregeld werken aan 't verbeteren der zandwegen gedurende 3 a 4 dagen per week, waarvoor dan de gewone daghuur van 60 a 80 cent wordt betaald. „Heidemaatschappij" en „Oranjebond van orde" hebben daar meer het ontginningswerk overgenomen. Appelscha had door een vroeger wijs besluit de beschikking over kapitaal gekregen. Bij 't begin der exploitatie der hooge venen onder Appelscha, werd de bepaling gemaakt, dat de verveners voor ieder dagwerk gegraven turf 30 cents moesten betalen, waardoor een groot kapitaal onder den naam „reservefonds is bijeengebracht, dat volgens de statuten is ingeschreven op het grootboek, en waarvan de renten moeten dienen om te voorzien in de behoeften van het dorp Appelscha. Evenwel is in 1871, door de nieuwe verbandregeling tusschen de dorpen en de gemeente door Ged. Staten besloten, dat de helft der rente aan 't dorp Appelscha, de andere helft aan de gemeente Ooststellingwerf toekomt.

In 1895 kochten de gecommitteerden dier reservekas een boerenplaatsje aan, waarvan de bouwgronden en heidevelden voor boschcultuur in gereedheid werden gebracht. 100 werklooze arbeiders vonden daarop loonend werk.

In 1898 werd werk verschaft door het aanleggen der bosschen, en ook in andere jaren heeft men daarvoor de hierbedoelde gelden gebruikt.

Sinds 1896 besteedde de gemeente 't Büdt±f\hQQ0 aan aankoop van grond. Van den grond voor die ƒ15000 aangekocht, wordt een gedeelte, nl. dat hetwelk zich door zijne ligging daarvoor leent, aan kleine pereeeltjes (35) verhuurd. In den loop van 1908 kocht de gemeente nog voor ± ƒ18000 grond, welke oppervlakte geheel in grootte van 9 — 17 Are (43 perceeltjes) zal worden verhuurd. De bedoeling van dezen aankoop is de akkers aan arbeiders te verhuren (gelijk ook vroeger geschiedde), opdat zij in tijden van werkloosheid, toch beschikking over voldoende levensmiddelen zullen hebben, die zij daarop verbouwden en dat zij voor gebrek bewaard blijven. Hoewel vallend buiten het kader van dit werk mag er hier misschien toch op gewezen worden, dat tientallen corporaties in de noordelijke provincies

Sluiten