Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de residentie reeds 10 April 1905 een dergelijke regeling had getroffen. Evenzoo geschiedde te Leeuwarden.

Niet in alle gemeenten wordt een aanbeveling geëischt van de Kamers van Arbeid, maar is het benoemen der bestuursleden direct gegeven óf aan den Raad (zooals te Leiden, Arnhem, Nijmegen) óf aan B. en W., zooals te Groningen (de voorzitter door den Raad) geschiedt.

De Delftsche Raad bepaalde, dat de bestuursleden-werkgevers benoemd worden door B. en W. op aanbeveling van de Kamer van Koophandel, de bestuursleden-werklieden op aanbeveling van de bij het gemeentelijk werkloosheidsfonds aangesloten vakvereenigingen. Te Haarlem zullen door vakvereenigingen van werklieden en werkgevers candidaten worden opgegeven.

Een belangrijk punt van gedachtenwisseling bij de inrichting van een kostelooze gemeentelijke arbeidsbeurs is, welke handelwijze deze gemeentelijke instelling moet volgen bij staking en uitsluiting.

Er kunnen zich de volgende mogelijkheden voordoen:

1°. de beurs gaat als gewoon door met het aanbieden en het oproepen van werkkrachten.

2°. de directeur deelt mee, dat eene plaats te vervullen is, maar dat ze opengekomen is door staking of uitsluiting.

3°. het bestuur beslist of de beurs haar bemiddeling zal verleenen tot het invullen van eene plaats, opengekomen door staking of uitsluiting.

In het zeer uitvoerig rapport door eene Haarlemsche commissie over deze aangelegenheid aan den Raad dier gemeente den 16den Dec. 1907 uitgebracht, lezen we:

„Met de grootst mogelijke meerderheid verklaart de Commissie, dat voor de Haarlemsche gemeentelijke beurs het voorschrift moet gelden genoemd onder 4°. Leert de ervaring, hier te lande, maar vooral buitenlands opgedaan, dat er ten sterkste naar gestreefd moet worden, dat de beurs het vertrouwen moet bezitten van hen, voor wie ze is ingesteld, zoo oordeelt de Commissie, dat dit in de eerste drie gevallen niet wordt bereikt. Immers heden ten dage wordt staking zoowel als uitsluiting door alle politieke partijen een rechtvaardig middel geacht in den industrieelen strijd en loopt de twistvraag alleen maar hierover, óf in een bepaald geval dit middel mocht aangewend worden. In het onder ten derde vermelde beslist het bestuur over de rechtvaardigheid van

Sluiten