Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•ƒ27

Bij het opnoemen van een vector noemt men in de eerste plaats liet punt van waar uit hij wordt getrokken; het is dus niet hetzelfde of men (Fig. 31) van den vector A li of van li A spreekt.

Zoolang richting en grootte van een vector hetzelfde blijven, al wordt hij uit een ander beginpunt getrokken, zullen wij zeggen dat de vector aan zichzelf gelijk blijft. Wanneer in Fig. 31 A BCI) een parallelogram is, zullen dus de vectoren A !> en li C gelijk worden genoemd.

Met het samenstellen van twee vectoren bedoelt men dat de tweede li (' met zijn beginpunt geplaatst wordt in liet eindpunt van l's' 3I"

den eersten A li, en dat vervolgens het beginpunt A van den eersten met het eindpunt (' van den tweeden door een rechte lijn A C wordt verbondon. Deze laatste is de vector dien men „door het samenstellen dei-

twee gegeven vectoren" krijgt; hij

wordt de resultante van Ali en B (' genoemd. Daarentegen heeten A li en li C de componenten van A ('.

Trekt men uit A de lijn A 1), evenwijdig en geljjk aan li C, dan ontstaat door de vereeniging van /> met (' een parallelogram. Men kan daarom ook zeggen: Om twee vectoren met elkaar samen te stellen, laat men hunne beginpunten samenvallen, beschrijft op de vectoren als zijden een parallelogram en trekt daarin de diagonaal van uit liet beginpunt der vectoren.

De figuur die men zoo krijgt, heet liet parallclo(/min van vertonn. Wanneer de grootte van de twee vectoren en de hoek dien zjj met elkaar maken, gegeven zjjn, kan men de lengte van den resulteerenden vector en den hoek dien hij met een der componenten maakt, door een eenvoudige trigonometrische berekening vinden.

I it den voor liet samenstellen gegeven regel volgt nog dat de resultante van twee vectoren van dezelfde richting eveneens die richting heeft en gelijk is aan de som der twee componenten.

Daarentegen is de resultante van twee vectoren die juist

Sluiten