is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kitf. 4!».

overeenkomstige wijze dwingt 111011 in vele werktuigen een mint oin zich op de voor een of ander doel noodige wijze te verplaatsen, door het te verbinden niet een ander punt, dat zelf een bepaalde beweging heeft. Ziehier een eenvoudig voorbeeld daarvan.

In Fig. 4!) heeft P een gelijkmatige beweging langs den cirkel nn moet () zich langs het verlengde van de middellijn H . I zoo verplaatsen, dat de afstand I' (,> een standvastige

lengte I heeft. Of, kan

men ook zeggen, een rechte Ijjn /' (t) van onveranderlijke lengte beweegt zich met haar eene uiteinde gelijkmatig over den cirkel, terwijl het andere uiteinde langs de rechte lijn II /> glijdt.

liet punt (J gaat heen en weer tusschen de punten /> en die men krijgt als men .1 /)— li Kr / maakt. Dat de beweging nu echter geen enkelvoudige trilling is, blijkt, zoodra men voor eenige oogenblikken de plaats van <t> bepaalt. Het is al voldoende, dit te doen voor een oogenblik, midden tusschen die waarop liet puilt /' in .1 en li is. Daartoe deelt men den halven cirkelomtrek li .1 in ( midden door, en bepaalt /•' zoo, dat <' l-'—l is. Het punt /•' ligt niet in het midden van /•,'/>, zooals het geval zou zijn, als de beweging van (,) een enkelvoudige trilling was.

S 53. Voorstelling der beweging van een punt door een

formule. Wij nemen op de baan een vast punt O aan, en bepalen de plaats van het bewegelijke punt door den langs do baan gemeten afstand .v, waarop het zich van O bevindt. Dezen afstand rekenen wij positief of negatief, naarmate hij van O uit de eene ol de andere richting- heeft.

In den loop der beweging is klaarblijkelijk s een functie van den tijd I, die verloopen is sedert het oogenblik van waar al men den tijd telt, en de beweging zal bekend zijn, zoodra men weet welke functie .v van t is, m. a. w., volgens welke wet de eene veranderlijke van de andere afhangt.

jfj'3