Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten ondervindt, ofschoon dit nog niet proefondervindelijk is gebleken.

§ 81. Gevolgen van de gelykheid van werking en terugwerking. Op het eerste gezicht schijnt het dat levende wezens een uitzondering maken op den regel dat een lichaam niet in beweging kan komen zonder dat er een uitwendige oorzaak op werkt; het schijnt dat wij zelf ons lichaam in voortgaande of stijgende beweging kunnen brengen zonder zulk een oorzaak. Bij nadere overweging blijkt echter liet tegendeel.

Als wij stil op de trede van een trap staan, drukken

\u.) die zoo ver in, dat door de terugwerking evenwicht wordt gemaakt met ons gewicht. Om echter de trap te beklimmen drukken wij de treden sterker naar beneden, l)ij snel trapklimmen door er met de voeten tegen te slaan; de grootere terugwerking die daarvan liet gevolg is, geeft aan ons lichaam de snelheid naar boven.

Bij liet voortgaan over een horizontalen vloer maken wij van de ruwheid daarvan gebruik. Ieder kan hij zich zelf opmerken dat men den vloer met de voeten naar achteren drukt; de reactie van den vloer is liet, die het lichaam vooruit doet gaan. Bij een volkomen gladden vloer zouden deze horizontale krachten niet kunnen bestaan en zou het voortgaan onmogelijk zijn.

Is de vloer ruw genoeg, en zelf bewegelijk, dan zal hij achterwaarts gaan. Men heeft daarvan verschillende toepassingen gemaakt; wij wijzen er alleen op «lat een persoon die een schuit voortboomt, deze met zijn voeten naar achteren duwt. Hij zelf wordt door het dek van liet vaartuig naar voren gedrukt, maar behoudt dezelfde plaats, daar hij van den boom dien hij tegen den vasten bodem' duwt, een tegengestelde kracht ondervindt.

Het voortbewegen van een vaartuig door roeiriemen raderen of een schroef komt hierop neer, dat men op het water een kracht uitoefent naar achteren; daardoor wordt weer een reactie veroorzaakt, die op het vaartuig werkt.

Het zwemmen van de visschen en de vlucht der vogels hebben met deze bewegingsmiddelen eenige overeenkomst.

Sluiten