Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan ondergaat hot lichaam in don loop daarvan oen snollieidsvermoerdoring of vermindering

K

t (10)

ni

Mot behulp hiervan kan do snelheid aan hot einde van liet tijdsdeel r uit die aan het begin worden afgeleid; uit do snelheid op het oogonblik waarop men do beweging begint to beschouwen, kan dus do snelheid aan hot eindo van hot eerste, tweede, derde tijdsdeel enz. worden gevonden, en dus ook do snelheid op oen willekeurig oogonblik. I)e uitkomst zal dos to nauwkeuriger zijn, naarmate men de tijdsdeelen kleiner hoeft gekozen; do ware uitkomst is do limiet waartoe de voor de snelheid gevonden waarde nadert als men do tijdsdeelen steeds kleiner maakt. Korter kunnen wij dit uitdrukken door to zoggen dat do tijd in oneindig kleine doelen verdeeld wordt 011 dat gedurende elk daarvan de kracht als standvastig wordt beschouwd.

Is eens do snelheid voorden geheelen loop dor beweging bekend, dan kan ook de plaats van liet lichaam op ieder oogonblik worden gevonden. Bij dit vraagstuk kan gedurende een tydselement r de bewoging als gelijkmatig worden beschouwd, zoodat men door vermenigvuldiging van do snelheid mot r don afgelogden weg kan berekenen. Door dit voor do achtereenvolgende oneindig kleine tijdon te doen, kan men de plaatsverandering van liet lichaam van oogonblik tot oogonblik volgen.

In vele gevallen is de kracht die op het lichaam werkt afhankelijk van do plaats waar hot zich bevindt. Men kan dan de berekening van do snolheid en de bepaling van do plaats niet van elkaar scheiden, maar moet zich mot beide vragen tegelijk bozig houden. Zij P do beginstand van hot lichaam. Gedurende oen eerste tijdselement logt bot een weg ai, die uit de beginsnelheid kan worden gevonden; men kent dan ook de plaats Q. waar hot aan hot einde van dat tijdselement is gekomen. Tevens kan uit do kracht die in den beginstand P op liet lichaam werkte, worden afgeleid hoe groot de snelheid aan liet einde van het

ihf

Sluiten