Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fr

deze voorstelt, door de vectoren die de twee gegeven krachten voorstellen volgens den regel van § 27 met elkaar samen te stellen. De uitdrukkingen: „parallelogram van krachten", „samenstellen van twee krachten", „ontbinden van een kracht", en de woorden „componenten" en „resultante" vereischen nu geen toelichting meer. Evenmin behoeven wij uit te weiden over de samenstelling van een willekeurig aantal op een stoffelijk punt werkende krachten tot een enkele resultante, of te wijzen op de eenvoudige regels voor het samenstellen van krachten die langs een zelfde rechte lijn werken.

Twee krachten hebben de resultante 0, maken dus evenwil ht met elkaar, wanneer zij gelijk en tegengesteld aan elkaar zijn, iets dat wij reeds wisten.

Hij drie krachten is evenwicht mogelijk, als de derde PC (Fig. 77) gelijk en tegengesteld is aan de resultante van de beide andere PA en P li. I)an is ook PA gelijk Fis- "• on tegengesteld aan de resultante

I) IJ Tl /ï

van Pli en PC.

Overeenkomstig het in het begin van deze 4} gezegde kan men het evenwicht van twee of drie krachten zoo opvatten, flat de snelheden die de krachten gedurende een tijdselement aan het stoffelijk punt geven, elkaar vernietigen, pon nn-

imam veixnetigen, een opvatting trouwens die in vele gevallen wel wat gekunsteld is.

Het \oidient nog opmerking dat de redeneering waardoor wij tot de stelling van het parallelogram van krachten zijn gekomen, onafhankelijk is van de snelheid die liet stoffelijk punt reeds aan het begin van den tijd t kan hebben. Welke richting en grootte deze snelheid ook heeft, het punt zou altijd daarbij nog de snelheid P a of de snelheid P b (Fig. 76) krijgen, wanneer óf alleen de eene óf alleen de andere kracht werkte, en het krijgt bij de reeds bestaande snelheid de door Pc voorgestelde als het aan de twee krachten tegelijk moet gehoorzamen.

De stelling dat twee krachten die tegelijk op een stoffe-

Sluiten