Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

k

lijk punt werken daaraan dezelfde snelheden geven, die zij, alleen werkende, ten gevolge zouden hebben, is, zooals gezegd werd, uit de ervaring afgeleid. De juistheid daar van kan intusschen niet door één enkele proef worden aangetoond. Ts de stelling b.v. bewezen voor de spanningen van koorden, dan volgt daaruit nog volstrekt niet dat zij ook voor de aantrekkingen en afstootingen tusschen magneetpolen geldt. De wet moet dus voor verschillende klassen van krachten afzonderlijk worden bewezen. Dit is niet altijd rechtstreeks gedaan; dat wij toch van de juistheid der wet overtuigd zijn, is te danken aan de overeenstemming van alle daaruit afgeleide gevolgtrekkingen met de werkelijkheid.

Met andere stellingen die in dit hoofdstuk werden besproken is het evenzoo gesteld. Bij de meeste krachten zou het niet gemakkelijk zijn door een eenvoudige, rechtstreeksche proef te bewijzen dat de versnelling die zij aan een zelfde lichaam geven, evenredig niet de grootte van de kracht is. lot de uiteengezette grondbeginselen is men dan ook niet gekomen door een reeks van gemakkelijk uit te voeren proeven, maar door een lange studie der natuurverschijnselen.

§ 91. Ontbinding van i iff 78

«1e beweging en de kracht

volgens twee onderling loodrechte richtingen. In

Fig. 78 stelt L L do baan voor van een stoffelijk punl dat zich in het platte vlak X O Y beweegt, P H de versnelling op zeker oogenblik, en P F, met dezelfde richting als PH, de dan werkende kracht. Wanneer de massa door m wordt voorgesteld, heeft men

P F

Ontbindt men nu de

», x PH.

3 versnelling in de componenten P /i en

Sluiten