Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van bijzonder belang is de volgende in de formule opgesloten stelling:

Zal een stoffelijk pinil een enkelvoudige trilling uitvoeren, dan moet er een kracht op werken, die evenredig is met den afstand tot het middelste punt van de baan. De krachtmoet het grootst zijn aan de uiteinden van de baan en, terwijl het lichaam tot O nadert, afnemen, 0111 bij den doorgang door O een oogenblik 0 te zijn.

§ 102. Enkelvoudige trilling onder den invloed van een gegeven kracht. Men kan de stelling van zoo even omkeeren en zeggen:

Als een lichaam dat zich langs een rechte lijn L L (Fig. SI) kan bewegen, onderworpen is aan een kracht die

altijd gericht is naar een vast punt O van (leze lijn, en evenredig is met den afstand tot O, zal het lichaam, in een of ander punt van

u t/\yi y wiv KJf f/lllll Ull/l

Ij L losgelaten, of van O met zekere snelheid vertrekkende, een enkelvoudige trilling aan weerszijden van O uitvoeren.

Daar geen kracht op het lichaam werkt, wanneer dit zich in O bevindt, is dit punt de even wichtsstand.

.luist omdat, zooals later zal blijken, dikwijls de krachten waaraan een lichaam moet gehoorzamen, een resultante hebben, die naar een vast punt gericht is en evenredig is met den afstand tot dit punt, komen enkelvoudige trillingen zoo veel voor.

Een belangrijke bijzonderheid bij de beweging van een aa.ii zoodanige krachten onderworpen stoffelijk punt is deze, dat de trillingstijd dezelfde is, onverschillig of het punt over grooten of kleinen afstand uit zijn evenwichtsstand verplaatst is. Wanneer wij het b.v. eerst in .4 en bij een tweede proef in A' loslaten, besteedt het telkens even veel tijd om in O te komen; daar de kracht evenredig met den afstand tot O is, wordt liet nl. bij de eerste proef door een grootere kracht naar O gedreven dan bij de tweede; het krijgt dus ook bij de eerste proef grootere snelheden, en wel juist in die mate, dat het bij beide proeven O in denzelfden tijd bereikt.

jflOU

Sluiten