Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aantrekking van de aarde zelfs niet voldoende zijn om liet lichaam te dwingen in een cirkel te loopen ; liet zou zich van de aarde verwijderen, weliswaar niet in de richting van de raaklijn aan den cirkel, maar volgens een lijn die tusschen de raaklijn en den cirkel is gelegen.

Zonder ons toedoen heeft nu werkelijk het punt een zjjdelingsehe snelheid, de snelheid namelijk, dio alle punten van den aequator wegens de aswenteling der aarde hebben. Het bedrag van die snelheid is

2 71 y

~T'

als men met T den omloopstjjd aanduidt, of, daar 2 ji- = 4Y10' cm en 24 X 60 X 60 seconden is, 46300 cm per seconde.

Deze snelheid is aanmerkelijk kleiner dan de door (23) bepaalde; do zwaartekracht is dus ruim voldoende om het lichaam in een cirkel te doen rondgaan. Zij zal het voorwerp nog tot het middelpunt doen naderen, het dus doen vallen.

Joch zal de aswenteling der aarde een invloed hebben op de uitkomsten van proeven over den val der lichamen.

\ erbeelden wjj ons dat men ergens aan den aequator een verticale maatstaf heeft opgesteld en een lichaam daarlangs laat vallen. Op het oogenblik waarop men dit loslaat heeft het, zoowel als do maatstaf, een snelheid u in de richting van de raaklijn aan den aequator; deze snelheid, die voor beide even groot is, kan echter geen invloed op de betrekkelijke beweging hebben.

In een tjjdselement r krjjgt nu het lichaam bij deze snelheid een andere, verticaal naar beneden, die de waarde (ft heeft. Maar ook de maatstaf k,-ijgti omdat hij vast met de aarde verbonden is en dus een cirkel beschrijft,

een snelheid naar het middelpunt der aarde; deze snelheid is " r, of,

r

wanneer wjj de waarde van u en /• in aanmerking nemen,

3,4 v cm.

Wij kunnen nu niet anders waarnemen dan de relatieve l>eweging van liet vallende lichaam ten opzichte van de maatstaf, dus ook de relatieve snelheid dio het lichaam in den tijd i krijgt. Deze is het verschil van do twee bovengenoemde snelheden; wjj meenen dus dat het lichaam in den tjjd t een snelheid

(G - 3,4) r

naar boneden krijgt; m. a. w., de waargenomen waarde van de versnelling der zwaartekracht ia

g — G 3,4.

Daar nu (§ 63) voor g de waarde !• 78,1 werd gevonden, is do ware versnelling der zwaartekracht

G — g -f- 3,4 = 981,5 ein per sec.

§ 109. De aswenteling van do aarde, die aan den aequator do versnelling van een vallend voorwerp kleiner doot schijnen dan zjj is, heeft ook den-

fiOü

Sluiten