Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlakken. Wij stellen ons nu voor dat een stoffelijk punt

niet, zooals in Fig. 08. door een enkel punt O, maar door

een willekeurig aantal andere punten wordt aangetrokken,

die te zamen een stelsel M (Fig. ]00)

.... , . " ' tl-'. 100.

Minnen, ny een verplaatsing van liet punt vindt men dan den arbeid van de geheele daarop werkende kracht (§ 121) door den arbeid van elke aantrekking afzonderlijk op te maken, en de algebraïsche som te nemen. Dientengevolge kan men, nadat men een zekeren bepaalden stand (over¬

eenkomende met C in Fig. D8> heeft aangenomen, tot welken men zich voorstelt dat liet punt zich kan bewegen, zeggen dat het punt in eiken stand dien 't werkelijk inneemt een arbeidsvermogen van plaats heeft, dat men vindt door de potentieele energie te nemen, die het tegenover elk der aantrekkende punten bezit, en vervolgens op te tellen. Bij elke verplaatsing is de arbeid van de kracht weer gelijk aan de vermindering van het arbeidsvermogen' van plaats.

Is voor eiken stand dien een stoffelijk punt in een zekere ruimte kan hebben, de kracht die het ondervindt gegeven, dan kan men een lijn trekken, die overal de richting van deze laatste heeft. Men kan nl., op een willekeurige plaats beginnende, het bewegelijke pnnt een oneindig kleinen weg laten afleggen in de richting van de kracht die er in het uitgangspunt op werkte. Het bereikt dan een stand, in welken het een eenigszins andere kracht ondervindt dan aanvankelijk; uien kan het nu een tweede oneindig kleine verplaatsing geven in de richting van deze kracht. Een derde verplaatsing kan volgen in de richting van de op nieuw veranderde kracht; gaat men zoo voort, dan krijgt men de bedoelde lijn, die een krachtlijn genoemd wordt. De ruimte zelf waarin dergelijke lijnen kunnen worden getrokken heet een krachtveld.

In Fig. 100 stellen do verschillende naar M getrokken lijnen krachtlijnen voor.

fa.

Sluiten