Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als wurmte-eenheid kiezen wij de hoeveelheid warmte die noodig is om een gram water van 15° tot 16J te verhitten. Wij noemen die hoeveelheid een calorie. Somtijds wordt een eenheid gebezigd, die het duizendvoud daarvan is (groote calorie).

§ 134. Hoeveelheden warmte, noodig voor verschillende temperatnurverhoogingen van een watermassa. Beginnen wij nu met ons voor te stellen dat een lichaam, waaraan een bepaalde hoeveelheid warmte moet worden toegevoerd om het een zekere temperatuurverhooging te doen ondergaan, een even groote hoeveelheid warmte moet afgeven, als het tot de oorspronkelijke temperatuur zal terugkeeren, en dat bij do aanraking van twee lichamen van verschillende temperatuur de totale hoeveelheid warmte onveranderd blijft, d. w. z. dat bet eene lichaam evenveel warmte ontvangt als liet andere verliest. Verbeelden wij ons verder dat ml gram water van de temperatuur /,° en m2 gram van de temperatuur l2° niet elkaar vermengd worden; zij de eindtemperatuur van het mengsel t, en laat lt > t2 zyn.

Wij kunnen door wt,tl de hoeveelheid warmte voorstellen, die noodig is om 1 gram water van t° tot tt 0 te verhitten, dus ook de hoeveelheid warmte die 1 gram moet afgeven, als de temperatuur van /,° tot t° zal dalen. Eveneens kunnen wij de warmtehoeveelheid die 1 gram vereisclit bij verwarming van t2° tot /°, aanduiden door wt2,t. Door uit te drukken dat het warme water evenveel warmte heeft verloren als liet koude heeft gewonnen, verkrijgt men dan

?»! wt,tl — m2

of

wt.,,t: wt,tl =m, : m3.

Men kan derhalve uit de proef de verhouding afleiden van de hoeveelheden warmte die een gram water voor verschillende temperatuurverhoogingen vereisclit.

Proeven , naar dit beginsel genomen, en ook andere onderzoekingen hebben geleerd dat op weinig na aan een gram water voor achtereenvolgende gelijke temperatuurverhoogingen even groote hoeveelheden warmte moeten

Sluiten