Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vindt men de hoeveelheid ontwikkelde warmte. Wat den verrichten arbeid betreft, valt op te nierken dat men niet den arbeid bepaalt, die werkelijk in 'tgeheel verricht is. Dat zon ook niet doelmatig zijn, daar deze arbeid dient om de wrijving te overwinnen, niet alleen tnsschen de kegels, maar ook op de plaatsen waar de verticale as ondersteund is. Hoeveel warmte daar wordt ontwikkeld, kan niet worden gemeten. Wat men in werkelijkheid uit de gegevens van do proef kan afleiden, is de arbeid die noodig zon zjjn om den buitensten kegel te bewegen, wanneer alleen de wrijving tnsschen de kegels zieli daartegen verzette; dit is juist de arbeid die aan de gemeten hoeveelheid warmte beantwoordt.

Als op een lichaam dat om een as draait, een kracht werkt, die loodrecht staat op liet vlak, door haar aangrijpingspunt en de iis gebracht, zullen wjj den afstand van liet aangrijpingspunt tot de as den hrfboommrm noemen, waaraan de kracht werkt. Verder zullen wij dergelijke krachten, op een van de beide kegels werkende, positief of negatief noemen, al naarmate zij een wenteling trachten teweeg te brengen in de richting waarin de buitenste kegel wordt gedraaid, of in de tegengestelde richting.

Op den binnensten kegel werken nu, wegens de wrijving, tal van krachten in de positieve richting, maar deze worden in evenwicht gehouden door de spanning P van het koord, in negatieve richting werkende aan een hef boomsarm, dien men gemakkelijk kan meten en dien wjj a zullen noemen. Daaruit volgt dat al de uit de wrijving voortvloeiende krachten gelijkstaan met een kracht /' in positieve richting aan een hefboomsarm <i. Maar, wegens de wet van de werking en terugwerking, moeten dan de krachten ilie de binnenste kegel op den buitensten uitoefent, op hetzelfde neerkomen als een negatieve kracht al weer aan dienzelfden hefboomsarm. Als dus de binnenste kegel was weggenomen, maar de houten arm aan den buitensten was bevestigd, en gedurende liet ronddraaien op liet uiteinde steeds in loodrechte — en wel in negatieve — richting een weerstand J' werkte, zou de buitenste kegel even sterk worden tegengehouden als nu door den binnensten kegel. Om dien weerstand te overwinnen zou een positieve kracht /' .aan datzelfde uiteinde voldoende zijn; m. a. w.: wanneer alleen de wrijving tusschen de kegels in 't spel was, zou de buitenste kunnen worden bewogen door een positieve kracht P

j%

Sluiten