Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelsel is meegedeeld of onttrokken, en dus ook, als zoo noodig op den arbeid van uitwendige krachten wordt gelet, hoeveel het inwendige arbeidsvermogen na de chemische werking grooter of kleiner is dan daarvoor.

Men moet bij het bovenstaande in liet oog houden dat men bij twee lichamen die elkaar aantrekken, zeer goed van een arbeidsvermogen van plaats kan spreken, al zijn zij zoo ver van elkaar verwijderd, dat de aantrekking onmerkbaar is. Rekent men b.v. dat een steen ten opzichte van de aarde een potentieele energie 0 heeft, wanneer hij op den grond ligt, dan heeft de potentieele energie een positieve waarde, zoodra hij tot zekere hoogte is opgeheven. Stelt men zich nu voor dat de aantrekking onmerkbaar wordt, als de afstand tot de aarde boven een zekere lengte I komt, dan zal bij verwijdering tot op dien afstand liet arbeidsvermogen van plaats van den steen voortdurend toenemen, en het zal bij nog verdere verplaatsing van de aarde af de waarde A behouden, die het op den afstand I had. Door, voor een willekeurigen grooteren afstand, nog altijd deze waarde aan het arbeidsvermogen toe te schrijven, geeft men alleen te kennen dat, wanneer de steen tot het oppervlak van de aarde daalt, er (al is liet nog niet dadelijk) een kracht op zal werken, die een arbeid .4 verricht. Evenzoo kan men zeer goed zeggen dat een atoom waterstof en een atoom chloor, reeds terwijl zij nog buiten eikaars aantrekking zijn, een zekere potentieele energie hebben.

Hoe groot het scheikundig arbeidsvermogen van plaats is, blijkt uit een eenvoudige berekening. Een gram chloor ontwikkelt bij de verbinding met waterstof G(K) calorieën. Daaruit volgt dat het tegenover de waterstof waarmee liet zich verbinden kan, een even groot arbeidsvermogen heeft als een gewicht van 1(XX) gram ten opzichte van de aarde zou hebben, als het op een hoogte van 250 m geplaatst was.

d. Dergelijke opmerkingen als wij over de verdamping maakten, gelden ook voor de smelting. De hoeveelheid warmte die gedurende deze verandering van aggregatietoe-

h

Sluiten