is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van liet lichaam C R een even grooten arbeid verrichten

Fig. 112.

als A P en B Q te zarnen. Dat dit ook liet geval is bij een wenteling, is een gevolg van de ligging van het punt C. Men kan het bewijs voor elke wenteling leveren, maar wij zullen ons bepalen tot een draaiing om een as, door het punt C loodrecht op het vlak van de gegeven krachten gebracht. Uit de evenredigheid (2) volgt dat de momenten van .4 P en li Q ten opzichte van

de genoemde as gelijk zijn; verder zijn die momenten tegengesteld gericht, en bij een draaiing om C verricht dus de eene kracht een positieven en de andere een even grooten negatieven arbeid. Te zarnen verrichten zij geen arbeid, maar ook de kracht CR doet dit niet.

1 wee evenwijdige en tegengesteld gerichte krachten „4 P en li Q (Fig. 113) zijn, wanneer zij verschillend van grootte zijn, eveneens gel ij li waardig met een enkele kracht. Deze heeft dezelfde richting als de grootste van de gegeven krachten, en is gelijk aan hel verschil van beide; het aangrijpingspunt C ligt op het verlengde van .1 li.

aan de zijde waar de grootste kracht werkt. De ligging ervan wordt bepaald door de evenredigheid

A C:BC=BQ:AP.

Is, zooals in deze gevallen, een enkele kracht gelijkwaardig met een stelsel van krachten, dan wordt zij de resultante van het stelsel genoemd.

liet verdient nog opmerking dat in Fig. 113 het punt C buiten het lichaam zou kunnen vallen; trouwens, ook in het geval van Fig. 112 kan het voorkomen (b.v. bij een hol lichaam of een gebogen staaf), dat zich in Cgeen stof bevindt. De samenstelling van de gegeven krachten is dan tocli mogelijk, wanneer men zich in C een punt geplaatst denkt, dat vast met het lichaam verbonden is. Dergelijke opmerkingen zijn ook in andere gevallen van toepassing;

jéa.