Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij elke verplaatsing van het lichaam wordt de arbeid van de zwaartekracht gevonden door het gewicht met de verticale daling van het zwaartepunt te vermenigvuldigen. In verhand daarmee i.s het arbeidsvermogen van plaats tegenover de zwaartekracht gelijk aan het product van het gewicht met de hoogte van het zwaartepunt boven een vast horizontaal vlak.

Hieruit volgt (§ 155) dat een vast lichaam dat om een onbewegelijk punt in alle richtingen kan draaien, in standvastig evenwicht zal zijn, wanneer het zwaartepunt verticaal beneden, en in wankelbaar evenwicht, wanneer het verticaal boven het vaste punt ligt.

Het verdient opmerking dat de ligging van het zwaartepunt geheel bepaald is door de massa's der stoffelijke punten; het wordt daarom ook wel het massamiddelpunt genoemd. Als nl. pn p2, p31 pt de gewichten zijn van de vast met elkaar verbonden stoffelijke punten At, A2, A3, ^44

(Fig. 115), vindt men volgens het bovengezegde het zwaartepunt, door eerst op AlA2 het punt B zoo te bepalen, dat

Al B: A2B = p2:p1,

daarna op de lijn B A3 het punt C zoo, dat

B C:A3C — p3 .'(/», -(-p2),

en zoo vervolgens. Wegens de evenredigheid van de gewichten met de massa's mt, m2. m3, enz. kan men hiervoor ook schrijven

A1B: A2 B = m2m t,

B C: A3 C — m3 : (m, -f- m2), enz.

In deze evenredigheid ligt een definitie van het massamiddelpunt opgesloten, die men zou kunnen gebruiken al werkte de zwaartekracht in 't geheel niet.

Men past deze definitie zelfs toe bij stoffelijke punten die niet vast met elkaar verbonden zijn, zoodat men van het zwaartepunt of massamiddelpunt van een vloeistof-

Sluiten