Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/l il

1'iir. 1">S.

is b.v. die kracht volgens C P gericht, dan is de component daarvan langs het hellende vlak niet voldoende om

de wrijving te overwinnen, waarvan de maximale grootte door de component volgens de normaal bepaald wordt. Elke kracht die, zooals C Q, buiten den genoemden hoek valt, zal het lichaam in beweging brengen. Werkt alleen de zwaartekracht op het voorwerp en verandert men den hellingshoek van het vlak, dan is

het lichaam op het punt naar beneden te glijden, zoodra die hoek = /? wordt.

Evenals bij het hellend vlak kan men nu ook in alle andere gevallen waarin de wrijving in liet spel is, nagaan, wanneer de krachten op het punt zijn, een beweging naar de eene of naar de andere zijde teweeg te brengen. Tusschen die beide gevallen liggen dan steeds vele andere, waarin geen beweging ontstaat.

Tot verdere opheldering kunnen de volgende voorbeelden dienen.

<i. hen lichrtiun .1 n ^rig. lü!J) is ondersteund door een horizontaal vlak .1 (' en een verticaal vlak ƒ£ (ladder tegen muur); /' zij de verticaal onderstelde resultante van de krachten die er op werken. Trekt men in .1 en li de normalen A D en li l), en maakt men de hoeken l>A F en DUF gelijk aan de wrjjvingshoeken, dan moeten de richtingen van de in A en II door de steunvlakken uitgeoefende krachten binnen die hoeken valloti. Aan de voorwaarde dat de lijnen langs welke deze krachten werken, elkaar op het verlengde van !'(•' ontmoeten, kan alleen voldaan worden, wanneer

deze liin den vierhoek // /•' I) duurs

deze lijn den vierhoek UK FI) doorsnijdt. Valt PG links van F, dan glijdt het lichaam uit. Bij deze beschouwing is in aan-

Fig. 15!».

Sluiten