is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ffe J

Hieruit blijkt hoe men de versnelling van de zwaartekracht uit waarnemingen omtrent den schommeltijd kan afleiden, wanneer men Q kan bepalen.

Men ontgaat deze laatste bepaling door gebruik te maken van de eigenschap van het slingerend lichaam, dat er verschillende evenwijdige assen zijn nnn te wjjzen welke, als draaiingsas genomen, denzelfden schommeltijd opleveren. Men kan steeds twee zulke assen vinden, die aan weerszijden van het zwaartepunt, en op ongelijke afstanden daarvan gelegen zijn. Kent men deze ten naastenbij, dan kan men door een verschuif baar gewicht den schommeltijd zoo regelen, dat hij voor beide assen even groot is (reversieslinger); de theorie leert dat dan de afstand van de assen gelijk is aan de lengte van een mathematischen slinger die denzelfden schommeltjjd heeft. Uit dezen tijd, in verband met den genoemden afstand, vindt men <j met de formule van § 104.

Ook zonder do berekening van den schommeltijd volgens de vergelijking (4) uit te voeren, kan men menigmaal een oordeel vellen over den dnur der schommelingen, üemakkeljjk zal men b.v. inzien dat het aanbrengen van een massa boren do as den schommeltijd vergroot, en dat het juk van een balans langzaam moet schommelen, daar / hier klein is, en toch de massa van de armen in beweging gebracht moet worden. Bij verkorting van het juk zal allicht, wegens de afneming van (J, de schommeltjjd kleiner worden. Overigens is ook de massa van de schalen eu die van de belastingen van invloed op den schommeltijd. liet is gewenscht dat deze niet al te lang is.

§ 185. Nadere beschouwing van het traagheidsmoment.

a. Laat /#,, »i„ enz. de massa's zijn van de stoffelijke punten waaruit oen lichaam is opgebouwd, , rs, r3, enz. hun afstanden tot do as. lijj een hoeksnelheid u> hebben de bedoelde punton de snelheden rto>, r3io, enz. De kinetische energie is dus

JK + r,!-4-»»a ras+ enz. . .) u2,

of

IQ"*,

als men

Q — mi >"1* *>tt »•,' -J- ma »*3* —f— enz. . . = 2m r* . . . (5)

stelt. Dezo vergelijking doet zien hoe men hot traagheidsmoment kan berekenen.

Is M de massa van het lichaam, dan stelt

e = VS <fi)