Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar de ophangpunten nl., die boven b en d liggen. De op b' en d werkende spanningen kunnen dus ontbonden

worden in verticaal naar boven werkende componenten en de krachten b'Pond'Q. De eerste moeten evenwicht maken met de zwaartekracht, en uit de laatste ontstaat het koppel dat het lichaam terugdrijft.

Daar bij een gegeven uitwijking, dus

bij een gegeven richting van de koorden, de spanning door het gewicht bepaald wordt, hangt ook het terugdrijvende koppel van dit laatste af.

Kleine schommelingen van een bililair opgehangen lichaam volgen dezelfde wetten als de beweging van een slinger (>n gaan evenals deze met een voortdurende omzetting van potentieele in kinetische energie en omgekeerd gepaard. Zijn de draden onrekbaar en ziet men van hun wringing af, dan kunnen de veranderingen van het arbeidsvermogen van plaats uit de verticale rijzingen en dalingen van het zwaartepunt berekend worden.

De duur vtin <le schommelingen kan uit do formule (11) van § 187 worden afgeleid.

§ 191. Onderlinge werking van magneten. Sterkte van niagneetpolen Wij besluiten dit hoofdstuk met de bespreking van liet evenwicht en de beweging van magneten. Voorloopig onderstellen wij dat die de gedaante hebben van dunne staven, waarvan alleen de uiteinden of polen (§ 7G) magnetische werkingen uitoefenen of ondervinden.

Deze werkingen zijn gebleken aan de volgende wetten te gehoorzamen. (Wetten van Coulomb).

(i. De aantrekking of afstooting tusschen twee polen is omgekeerd evenredig met de tweede macht van hun afstand.

b. Tusschen de krachten die twee magneetpolen A en B op een derde pool C', telkens op denzelfden afstand, uitoefenen,, bestaat altijd dezelfde verhouding, welke pool men ook voor C neemt.

Oefenen de polen A en B op een derde pool C, bij denzelfden afstand, gelijke krachten (aantrekkingen of afstootingen) uit, dan zegt men dat A en B even sterk zijn.

fa

Sluiten